Ik heb een nieuwe handtekening gekocht. Hij kostte omgerekend iets meer dan 6 euro, maar het is dan ook wel een echte Japanse. Zodra je in Japan een formulier moet ondertekenen dat ook maar een beetje officiële waarde heeft, kan je je handgeschreven paraaf wel aan de kant schuiven. Dan is het tijd om je
inkan tevoorschijn te halen. Dat is een ivoorkleurig staafje, formaat schoolbordkrijtje, waarin aan het uiteinde in Japanse karakters je naam is gefreesd. Er zit een doosje omheen met een rood stempelkussentje erin. Om te ondertekenen, druk je het staafje eerst in dat kussentje en daarna op het document. En geef toe, dat heeft natuurlijk wel iets. Alsof je een brief verzegelt. Mijn inkan kocht ik bij de plaatselijke kantoorboekhandel. Als ik een Japanse naam had gehad, zou ik er zo eentje uit het rek hebben kunnen plukken. Kant-en-klaar. Maar voor mijn naam ging in het winkeltje speciaal de freesmachine aan. Buitenlandse namen schrijven ze hier in
katakana, het Japanse schrift dat voor leenwoorden wordt gebruikt. Mijn naam wordt dan:
ヴィンセント, wat je uitspreekt als VI-N-SE-N-TO. Maar goed, dat paste allemaal niet op dat staafje. Daar staat nu alleen
ヴィン op. VI-N. Toch ben ik er erg blij mee. Want sinds ik die inkan op zak heb, voel ik me weer een klein beetje meer Japanner.