vrijdag 30 september 2005

Zegevieren

Schuin boven me, op een kruispunt in Osaka, danste gisteravond een Japanner in zijn blote gat op een verkeerslicht. Ik stond op het kruispunt tussen duizenden hossende fans van Hanshin Tigers. Ze hosten omdat hun team de Central League had gewonnen. En dat was niet zomaar een overwinning. De Hanshin Tigers (we praten over honkbal) komen uit Osaka en hun tegenstrevers waren de Yomiuri Giants uit Tokio. Het ging gisteren dus om Rotterdam tegen Amsterdam. En Rotterdam won. Dat maakte de Japanners uitzinniger dan ik Nederlanders ooit heb gezien. Na een vorige overwinning van de Tigers dook de aanhang van blijdschap massaal van de bruggen in de stad. Omdat het stadsbestuur die dit jaar zorgvuldig had afgeschermd, sprongen de supporters gisteravond van de verkeerslichten boven het kruispunt. Recht het publiek in. En die ene Japanner, die ging dus een stap verder. Die liet eerst zijn blote achterwerk zien aan de agenten die hem hadden bevolen naar beneden te komen. Naar beneden komen, dat deed hij. Hij haalde zijn broek op en dook met een sierlijke boog de menigte in. Net als de ingelaste programma’s op bijna alle televisiezenders, ging ook het feest in Osaka daarna nog de hele nacht door.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: OSAKA, GISTERAVOND

donderdag 29 september 2005

Hollander

Eerder deze week stapten we een eettentje binnen, om de hoek bij het belastingkantoor. Het restaurantje had niet veel om het lijf. Links van de ingang stonden zes tafels, rechts was de keuken. Meer heb je ook niet nodig. De zon scheen herfstig naar binnen: laag en fel. De ruimte rook muf en het behang was vergeeld. Eigenlijk was alles vergeeld. De papiertjes met het menu die met punaises op de wand waren geprikt, de posters van een koffiefabrikant, de lampen aan het plafond. Maar de lunch, die loog er niet om zeg. De eigenaresse, een kleine vrouw van in de zestig met kort, krullend haar, een vermoeid gezicht en vrolijke ogen, schoof een goed gevuld dienblad voor. Op een bord lagen twee krokant gefrituurde stukjes vis met een fris knoflooksausje, een bergje knapperige koolsalade met een zoetzure dressing en een dikke hamburger met ui en een jus van sojasaus, ketchup en suiker. Naast het bord stonden twee kommen: één forse met dampende rijst en een kleine houten met een heldere soep van noedels en bosuitjes. En misschien kwam het doordat we net van het belastingkantoor kwamen, maar ik kon het niet laten. Ik rekende de prijs om. 550 yen kostte de sabisu ranshi, de service lunch. 4 euro. Ik glimlachte tevreden en liet het me extra goed smaken.

woensdag 28 september 2005

Thuishaven

Ik was vanmiddag in Rotterdam. In de metro, om precies te zijn. De Erasmuslijn naar Centraal Station, tussen Maashaven en Rijnhaven, vlak voordat hij de grond in duikt. Ik keek naar links en zag de kranen op de kades, schepen die voor anker lagen, pakhuizen langs het water, vrachtwagens met containers. En overal zeemeeuwen en donker water. Het duurde hooguit een paar seconden. Toen draaide ik mijn hoofd iets naar rechts en zag ik hoge bergen, met huizen tegen de hellingen. Rond de toppen hingen regenwolken. Ik was weer terug in Japan. In Kobe, om precies te zijn. Ik zat in de bus en we reden over de brug tussen Rokko Island en het vasteland. Op weg naar station Okamoto, waar ik even later in de trein naar Nagaokakyo stapte.

dinsdag 27 september 2005

Leuker maken

Vergeleken bij het gebouw van de belastingdienst in Kyoto is het belastingkantoor in Utrecht een feestzaal. Het staat in een betonnen buurt, is tl-verlicht en alle mannen dragen er een wit overhemd. Ook de man tegenover me. Ik schat hem rond de veertig. Hij heeft een digitaal Casio-horloge, een stropdas met een patroon van huppelende honden, een forse bril en zwart haar dat bovenop heel dun is. En bij mij kan hij niet meer stuk. Dankzij deze man ben ik namelijk sinds vanmiddag zelfstandig ondernemer. Of furiransa, zoals we het op mijn registratieformulier invulden. Freelancer dus. En de man van de belastingdienst heeft ervoor gezorgd dat ik dat nu al leuk vind. Hij legde niet alleen geduldig uit hoe ik straks de Japanse berg belastingpapieren moet invullen. Nee, hij stond vooral ook uitgebreid stil bij de waslijst aan aftrekposten waarmee zijn werkgever mij gaat verwennen. Mijn bureaustoel? Mijn balpen? Een auto? Van de man met de zachte stem mag ik het als kleine zelfstandige allemaal in mindering brengen op mijn inkomen. Welk inkomen, dat is nog even een puntje van aandacht. Maar mijn treinkaartje voor de zakelijke rit naar het belastingkantoor ga ik alvast goed bewaren.

maandag 26 september 2005

Heilig kalf

Er is nog één plek vrij op het parkeerterrein naast de supermarkt. En daar komt het witte autootje al aangereden dat erop zal staan. Een Suzuki WagonR is het. In Nederland zijn dat van die kleine, hoge blokkendoosjes. In Japan ook, maar hier zijn ze vaak vermomd als racemonsters. Of vooruit, monstertjes. Achter het stuur van dit monstertje zit een jonge vrouw. Ze manoeuvreert het glimmende ding achterwaarts het vak in. De zon glijdt erbij over de chromen grille. Als de vrouw een laatste tikje gas geeft, ontsnapt er een diep, roffelend geluid aan het wagentje. Er staan vier grote wielen onder de Suzuki, met brede banden. En net als de grille zijn ook de velgen van chroom. Je zou er je haar in kunnen kammen, als je heel klein was. Langs de onderkant zitten rondom spoilers tegen het karretje geplakt. Ze zijn in hetzelfde wit gespoten als het autootje en daardoor is de Suzuki zo wit geworden, dat iemand moet hebben gedacht: weet je wat, we zetten er zwarte ruiten in. Voor de balans. En zo staat hij daar: de wit met zwarte, glanzende Suzuki. Met zijn spoilers en zijn glimmende wielen. Je zou bijna vergeten dat het eigenlijk een klein, hoog blokkendoosje is. Bijna.

zondag 25 september 2005

Op pad

Waaraan ik precies dacht, dat weet ik niet meer. Maar ik liep diep te peinzen. Zo met het hoofd gebogen. En terwijl ik dus in gedachten was verzonken, gleed het asfalt onder me door. Donkergrijs asfalt, bij elke stap. En toen, ineens, vanuit het niets, twee schoenafdrukken. Iemand had ze met witte verf op het asfalt geschilderd. Naast elkaar. Twee keer een hak, erboven heel even niets en dan de rest van de schoen. Ik ging er op staan. De afdrukken waren net zo groot als mijn voet. Boven de afdrukken was van links naar rechts een streep getrokken. Een stopstreep – de schoenen mochten hier niet verder. Ze moesten stilstaan, net als ik. Ik keek naar rechts, naar links en weer naar rechts. Wat moet je anders. Er kwam niks aan, dus ik zette mijn voet over de stopstreep en begon weer te lopen. Ineens vielen me nog meer van die witte schoenafdrukken op. Bij elke T-splitsing in het wijkje waar ik doorheen liep, was één paar afdrukken met een stopstreep geschilderd. Ik keek naar de lucht boven me en kneep met mijn ogen naar de zon. Er wordt hier goed voor me gezorgd, dacht ik, terwijl ik verder wandelde door Japan.

zaterdag 24 september 2005

Vreemde taal (4)

Ramen zijn lekker. Tenminste, als je ze op z’n Japans uitspreekt: raamèn. Want dan is het noedelsoep. En noedelsoep is niet alleen om je vingers bij af te likken, ze is ook erg makkelijk te bereiden. Helemaal als je een kant-en-klaar pakketje koopt, met een zakje soepmix en noedels erin. Dan is het een kwestie van: de noedels gaarkoken, het mixje in een kom knijpen, kokend water erbij en de noedels met bosui, bamboe en lapjes varkensvlees in de soep schuiven. Zo brouw je een kom ramen waar je u tegen zegt. Neem het pakketje dat wij gisteren hebben gekocht. Gyoretsu no dekiru mise no ramen, heeft fabrikant Nissin dat genoemd. Niet direct een lekker korte, pakkende naam. Wel een mooie. Gyoretsu kun je namelijk vertalen in ‘lange rij’, dekiru betekent ‘in staat zijn’ en mise is ‘restaurant’. Kortom, wil Nissin maar zeggen, met dit pakketje zet je een bord ramen op tafel waarmee een professioneel restaurant in staat zou zijn lange rijen bezoekers aan te trekken. Laat ze maar komen. Wij zetten het water alvast op.

vrijdag 23 september 2005

Natuurgetrouw

De natuur is in Japan onvermijdelijk. En mocht je dat eens vergeten, dan is er altijd wel een aardbeving of tyfoon om je geheugen op te frissen. Of een dag als vandaag: shuubun no hi, de dag van de herfstequinox. Dit etmaal zijn de dag en de nacht overal in de wereld gelijk. Maar in Japan zijn ze net iets gelijker. Hier vieren ze die equinox namelijk; shuubun no hi is in Japan een nationale feestdag. En dat maakt je raar genoeg bewust van nog zoiets onvermijdelijks: het werkende leven in dit land. Bij een nationale feestdag denk ik als Nederlander aan een vrije dag. Uitslapen. Maar dan heb ik buiten Japan gerekend. Vanochtend werden we gewekt door de Radetzky Mars van Strauss. Die van het Weense nieuwjaarsconcert inderdaad. Hij schalde van het sportveld van de school hier vlakbij, waar leerlingen vandaag hun atletische kunsten laten zien. Iets later hoorden we het achteruitrijsignaal van de vuilniswagen. Vlak daarna hetzelfde signaal van een koeriersbusje. En op onze galerij zag ik de schoonmaakster in de weer met haar schrobber, veger en blik. Op een nationale feestdag. Dat werken, voor de Japanners is het net de natuur. Geen ontsnappen aan.

donderdag 22 september 2005

Propaganda

Een helder beekje en een vriendelijk Suntory-meisje. Meer was er niet nodig om mij aan de whisky te krijgen. Aan de whisky van haar werkgever welteverstaan. De Suntory-distilleerderij staat tegen de bergen van Oyamazaki, een sympathiek stadje waar het zuiverste water van Japan schijnt te stromen. Ik geloof het meteen. Maar voor alle zekerheid liet het meisje in het donkerblauwe pakje het beekje toch maar even zien. Het lag achter een opslaghal, waarin ik vaten zag die meer dan dertig jaar oud waren. En uit de bergen klaterde inderdaad kristalhelder water het beekje in. Ik kreeg er dorst van, bedoel ik maar. Wat het meisje verder allemaal vertelde over de houten vaten, de metalen tanks en de koperen ketels waar we langsliepen, ik weet het niet. Maar met haar donkere ogen kreeg ze me wel zo ver dat ik die middag mijn eerste whisky sinds jaren naar binnen liet glijden. Een jonge met veel ijs. En daarna nog een, een pure van twaalf jaar oud. En met dat tintelende goedje dronk ik het kabbelende beekje en de glimlach van het Suntory-meisje. Echt een mannendrank, die whisky.

dinsdag 20 september 2005

Onbetaalbaar

‘100 ’, heeft iemand met een viltstift op een stuk karton geschreven. 100 yen. Het zal de flap van een doos zijn geweest. De linker-, boven- en rechterkant zijn glad, de onderkant is bij het afscheuren een beetje gerafeld. Het karton zit met plakband aan een metalen rekje geplakt. Dat staat langs de weg naar het centrum, naast een elektriciteitspaal. Onderop het rekje ligt een grote steen en aan een van de staanders is een paraplu vastgebonden, tegen de regen. Of tegen de zon, maar net hoe het weer is. Naast het bordje, op de middelste plank, liggen vijf aubergines. De andere planken zijn leeg. Daar hebben misschien nog meer aubergines op gelegen, wie zal het zeggen. Aan een andere staander zit een conservenblik vast. Er zit geen etiket meer op, maar er ligt een handvol 100 yen-munten in. Aha, dus toch meer aubergines. Het is een vredig tafereel, dat rekje, met die paraplu en dat blikje en het stuk karton. En ze zien er lekker uit, die glimmende aubergines. 100 yen. Geen geld voor zo’n ervaring.

maandag 19 september 2005

Gebreken

Vandaag is het keirou no hi, ouderendag. Voor de meeste Japanners een zuurverdiende vrije dag, voor mij aanleiding tot een goed voornemen. Vanochtend bij het opstaan besloot ik vandaag aardig te zijn tegen iedere Japanse oudere die niet voordringt bij de kassa, me niet opzij duwt als ik de trein in stap, niet met veel kabaal zijn neus ophaalt, niet door een muziekvoorstelling heen praat, me niet aan de verkeerde kant van de weg overhoop fietst, niet in mijn buurt op straat rochelt, niet chagrijnig kijkt en niet de hele dag in het huis aan de overkant hetzelfde stukje piano oefent. Ik denk dat ik vandaag niet overdreven vaak aardig hoef te zijn.

zondag 18 september 2005

Schijnbeweging

De maan bleek de rotste niet, gisteravond. Het was tijd voor het jaarlijkse tsukimi, letterlijk ‘maankijken’. Maar hoe ze ook keken, de priesters en burgers op het plein van het heiligdom – er was geen maan te bekennen. Alleen een chagrijnig pak wolken. Met een beetje goeie wil zagen ze hooguit een veeg licht in het dek, net boven de bomen rond het plein. Jammer, dachten de priesters en de burgers. Jammer, maar het zij zo. En terwijl de avond viel, liet het vuur in de korven zijn vlammen wapperen, verspreidden wierookringen hun geur, deden de priesters hun gebed en dansten danseressen hun betoverende dans. En ze deden hun best, daar niet van. Maar het mooiste mirakelspel, zo bleek maar weer, komt toch altijd van de natuur. Want juist toen drie jonge schonen in kimono’s achter hun koto’s knielden en nu eens ingetogen en dan weer wild aan de snaren begonnen te plukken, juist toen gebeurde wat niemand meer had verwacht: de maan kwam tevoorschijn. En nog rap ook. De dikke wolken werden dunne wolken, de dunne wolken werden slierten, de slierten verdwenen en de maan scheen. Vol, fel en tegen een heldere hemel. Zeker één van de burgers kreeg er spontaan een brok van in zijn keel.

zaterdag 17 september 2005

Imago

Ik vraag me af waarom de uitverkoopbakken van supermarkt Izumiya de kleur van de Nederlandse vlag hebben. Rood wit blauw, en dan in het witte vlak het woord sale, met hoofdletters. Zouden ze het woord ‘zunig’ hier soms ook kennen?

vrijdag 16 september 2005

Even leuk

Het zebrapad is zes rijstroken lang. Of breed, hoe zit dat met zebrapaden. Ik sta net zo stil als het rode mannetje van het voetgangerslicht. Maar om me heen krioelt het. Vóór me razen glimmende auto’s voorbij, en vrachtwagens met bumpers van chroom. Aan de overkant lopen mannen in pak en vrouwen met kinderen. Achter me ook. Er snort een scooter langs. En nog één. Links, hoog boven het asfalt, roffelt een trein het station binnen. Een andere komt er net vandaan. Misschien gaat hij wel naar Kyoto. Uit de straat naast me draait een bus de weg op. Hij rijdt vol door het beeld en vanuit zijn schaduw hoor ik een paar seconden alleen de diesel. Ik adem even niet. Rechts, in de verte, waar het verkeer vandaan komt en naartoe gaat, ligt op hoge betonnen palen een weg met nog meer verkeer. Ik kan er maar een stukje van zien. De rest ligt verborgen achter ontelbaar veel gevels van beton en glas en staal, tientallen verdiepingen de lucht in. Er hangen uithangborden aan met felle kleuren en Japanse tekens. Biru, staat er op de meeste. ‘Gebouw’. Ineens begint iedereen te lopen. Het licht is groen. Ik zet er meteen stevig de pas in. Snel naar het station, weg uit Osaka.

donderdag 15 september 2005

Kikker

Hij heette er niet Max maar Makkusu. Om van zijn achternaam maar te zwijgen. Of toch: Berujuisu hadden ze ervan gemaakt. Dat lijkt in de verste verte niet op Velthuijs. Maar de kleine tentoonstelling rond de Haagse kinderboekenillustrator in Shukugawa, vlakbij Kobe, was er vanmiddag niet minder om. Velthuijs is vooral bekend als bedenker van Kikker, de kinderheld met grotemensensmart. De tekeningen en verhalen over het groene wezen zijn kunstwerkjes. Ze bezorgen me steevast een brok in de keel, maar laten me uiteindelijk ook weer hoopvol glimlachen. Bij het album ‘What’s going on’ van Marvin Gaye heb ik dat ook altijd. Maar goed, Max dus. Begin dit jaar overleed hij. Een paar maanden daarvoor zag ik een documentaire over de tekenaar en ik vond dat hij daarin veel op zijn geesteskikker leek. Datzelfde tragische, wat naïeve en vooral dromerige. Hij had eens moeten zien hoe gelukkig de Japanners van zijn tekeningen werden, vanmiddag in Shukugawa.

woensdag 14 september 2005

Luxepaard

Ik zit er al zeker een kwartier naar te staren, realiseer ik me ineens. Naar dat vrouwtje op het akkertje voor ons huis. Ze heeft een hoed op met een brede rand, tegen de zon. Met een schoffel is ze bezig de grond los te woelen. Je kan het metalige hakken in de aarde goed horen. Werk op het land dwingt altijd respect af. In weer en wind en voor dag en dauw, weet je wel. De geur van klei en trekkers. Maar dit dametje maakt me helemaal nederig. Ze moet een eind in de tachtig zijn. En haar lichaam is in een hoek van negentig graden gegroeid. In die hoek stond het toen ze vanmorgen aan kwam schuifelen, en zo staat het nu, terwijl ze zwijgend doorploetert. Haar rug is een bobbel, haar hoofd hangt nog geen halve meter boven het akkertje. En ze houdt de schoffel halverwege vast in plaats van aan het einde, hoger komt ze niet. Maar het vrouwtje heeft een energie – daar kan ik een flinke punt aan zuigen, op mijn verstelbare bureaustoel, met mijn kop koffie, achter mijn toetsenbord.

maandag 12 september 2005

Overdoen

In feite begin je weer van voren af aan. Je eerste woordjes, met de trein leren reizen, boodschappen doen; als je neerstrijkt in een ander land, word je als het ware opnieuw geboren en bouw je stap voor stap je leven weer op. Neem het openen van een bankrekening. Dat had ik misschien vijfentwintig jaar geleden voor het laatst gedaan. Een kinderrekening van de Rabobank was het toen. Ik zette er die dag tien gulden op. Vandaag opende ik een rekening bij Mizuho. Uw naam zelf invullen graag, in het Japans alstublieft. Daar ging ik. Drieëndertig jaar, teken voor teken. Het zou me niks verbazen als het puntje van m’n tong erbij uit mijn mond stak. Uiteindelijk stonden ze er: mijn voor-, mijn tweede en mijn achternaam. De Japanse karakters waren wat wiebelig. Maar voor het meisje achter de balie voldeden ze blijkbaar, want ze verklaarde mijn rekening voor geopend. Ik heb meteen duizend yen gestort. Zeven euro achtendertig is dat. Hoog tijd voor mijn eerste baantje.

zondag 11 september 2005

Geen mening

Het is nu half zeven ’s avonds. Net kwam er een witte auto voorbij met luidsprekers erop. Voor de derde keer vandaag. Dat we allen toch vooral naar het stemlokaal moeten komen! Want dat we nog tot acht uur mogen stemmen! Ik leun nog eens extra nadrukkelijk achterover. Als buitenlander mag ik hier niet stemmen, zelfs al zou ik het willen. En eerlijk gezegd zit ik daar niet zo mee. In Nederland stemde ik altijd trouw. Want ja, het is natuurlijk nogal een voorrecht om te mogen stemmen, ik weet het. Maar ik ben ook maar een mens. En stiekem vind ik het best prettig om heel even – al is het maar één dag – geen mening te hoeven hebben. Heerlijk.

zaterdag 10 september 2005

Boekstaafje

Ik heb een nieuwe handtekening gekocht. Hij kostte omgerekend iets meer dan 6 euro, maar het is dan ook wel een echte Japanse. Zodra je in Japan een formulier moet ondertekenen dat ook maar een beetje officiële waarde heeft, kan je je handgeschreven paraaf wel aan de kant schuiven. Dan is het tijd om je inkan tevoorschijn te halen. Dat is een ivoorkleurig staafje, formaat schoolbordkrijtje, waarin aan het uiteinde in Japanse karakters je naam is gefreesd. Er zit een doosje omheen met een rood stempelkussentje erin. Om te ondertekenen, druk je het staafje eerst in dat kussentje en daarna op het document. En geef toe, dat heeft natuurlijk wel iets. Alsof je een brief verzegelt. Mijn inkan kocht ik bij de plaatselijke kantoorboekhandel. Als ik een Japanse naam had gehad, zou ik er zo eentje uit het rek hebben kunnen plukken. Kant-en-klaar. Maar voor mijn naam ging in het winkeltje speciaal de freesmachine aan. Buitenlandse namen schrijven ze hier in katakana, het Japanse schrift dat voor leenwoorden wordt gebruikt. Mijn naam wordt dan: ヴィンセント, wat je uitspreekt als VI-N-SE-N-TO. Maar goed, dat paste allemaal niet op dat staafje. Daar staat nu alleen ヴィン op. VI-N. Toch ben ik er erg blij mee. Want sinds ik die inkan op zak heb, voel ik me weer een klein beetje meer Japanner.

vrijdag 9 september 2005

Openingen

Ik zou Philip Freriks dat wel eens willen zien doen. Het nieuws openen zoals dat hier gaat. Ik ben een fan en keek in Nederland dus het liefst naar het achtuurjournaal. Hier schakel ik om tien uur in voor het nieuws van NHK, zeg maar de Japanse NOS. En liefst nog iets eerder, want de eerste seconden zijn het belangrijkst. Die wil ik voor geen goud missen. Na de herkenningsmelodie verschijnen een jonge nieuwslezeres en haar oudere collega in beeld. En bij wat ze als eerste doen, heb ik altijd de neiging om te gaan zitten klappen als een blij kind. Waar Philip Freriks opent met een ‘Dames en heren, goedenavond’, beginnen die twee hier steevast met een buiging. Ze buigen zo ver, dat je hun kruinen zowat kunt zien. Het jasje van de man trekt er zelfs wat bij omhoog. En zo blijven ze een seconde of vier zitten. Volgens mij is het afgesproken werk, want ze komen elke avond tegelijk weer omhoog. In die paar seconden stel ik me altijd even voor dat het Philip Freriks is die daar respectvol buigt. En wat er daarna ook volgt, voor mij kan de uitzending dan al niet meer stuk.

donderdag 8 september 2005

Blinde muren

Wat je niet kunt zien is vaak het spannendst. Daarom neem ik naar het centrum van Nagaokakyo altijd de oude handelsweg. Dan kom je langs een huis in traditionele Japanse stijl. Dat betekent dat er een muur omheen staat. Een muur van een meter of twee hoog met een dakje erbovenop. Hij is wit en heeft een lambrisering van donker hout dat door de jaren heen vaal is geworden. En er zit een poort in. Een hoge houten schuifdeur met verticale spijlen. Achter de poort, dat kan ik tussen de spijlen door zien, ligt een kiezelpad dat met een slinger naar de ingang van het huis leidt. Boven de muur steken bomen uit waarvan de naalden in nevelachtige laagjes zijn geknipt. Nagelschaartjeswerk. Prachtig. Maar eigenlijk gaat het me nog meer om wat ik niet zie en wat er zou kunnen zijn. In mijn fantasie hoort bij dat slingerpad en die gemanicuurde bomen namelijk een tuin waarin het zonlicht zacht is, de grond bemost en het grind geharkt. En dat er een kans is op zo veel perfectie, bezorgt me kippenvel. Voorlopig bel ik dus maar niet aan. Het kan alleen maar tegenvallen.

woensdag 7 september 2005

Overwaaien (2)

Zei ik dat Nabi wel zou overwaaien? Dan heb ik niks te veel gezegd. Want overwaaien, dat deed ie. Hier in Nagaokakyo, zo’n beetje in het midden van Japan, valt het alles mee. Vannacht hoosde het, nu zwaaien de bamboebomen vervaarlijk heen en weer, klapperen de ramen af en toe en schieten de wolken over ons heen. Maar daar lijkt het bij te blijven. Wij mogen dus niet klagen. Op het zuidwestelijke eiland Kyushu en op Shikoku, een uur of vier treinen hiervandaan, hebben ze daar alle reden toe. In een extra lange nieuwsuitzending kwamen gisteravond beelden voorbij die huivering wekten. Verschuivende aarde en kolkende watermassa’s hadden alles meegesleept wat op hun pad kwam. Er zijn in elk geval zes mensen die dat niet kunnen navertellen. Tientallen worden er vermist en nog eens veertien mensen zijn gewond geraakt. Op dit moment raast Nabi boven de Japanse Zee, een tikje noordelijker dan een paar dagen geleden werd verwacht. En voor vandaag heeft het Japanse meteorologische instituut zijn waarschuwing afgezwakt. In plaats van rainstorm is het nu: rain become cloudy. En terwijl zowaar de zon doorbreekt, ga ik op die raadselachtige verwachting maar eens zitten puzzelen.

dinsdag 6 september 2005

Vervoering

Avondspits. De bus was een kwartier te laat en dat maak je hier niet vaak mee. Maar ja, als Nederlander ben je wel wat gewend, dus ik haalde mijn schouders op. Kan gebeuren. Daar dacht de buschauffeuse anders over. Terwijl ik met een horde forenzen instapte, bood ze haar excuses aan voor de vertraging. Sorry dat ze ons had laten wachten. Ik was er even stil van. Tien minuten later wierp ik 180 yen in de betaalautomaat bij de chauffeuse en stapte ik uit. Arigato gozaimashita, riep ze me met een vriendelijke buiging na. Kiotsukete kudasai. De buschauffeurs in Japan doen dat bijna allemaal. En elke keer registreer ik het en ik weet wat het betekent, maar nu vertaalde ik het voor het eerst hardop. Hartelijk bedankt en kijk uit onderweg. Uit de mond van een buschauffeur. Wat is het toch makkelijk om van dit land te houden.

maandag 5 september 2005

Overwaaien

Nabi is onderweg en ik heb geen flauw idee wat ik daarvan moet vinden. Nabi betekent ‘vlinder’. Een eigenaardige naam voor een tyfoon. Ik stel me daar in elk geval weinigs fladderigs bij voor. Maar als gezegd: wat ik me er wel bij moet voorstellen, weet ik ook niet. Ik heb namelijk nog nooit een tyfoon meegemaakt. Traditioneel is september hier de tyfoonmaand en bij wijze van voorbode kwamen er in augustus al een paar onze richting op. Maar die bogen op het laatste moment af, onvoorspelbaar als ze zijn. Ik kan dus nog steeds niet zeggen hoe het is als er een tyfoon voorbijraast. Ook van Nabi zeggen ze dat hij onze kant op tolt. Bij woensdag heeft het Japanse KNMI alvast een donkere wolk getekend, met een bliksemschicht en regen. Rainstorm, staat ernaast. Moet ik nu in blinde paniek raken? De ramen dichttimmeren? Hamsteren? Aan mijn buren te zien niet; op straat gaat het leven zijn gewone gangetje. Ik wacht dus maar rustig af. Het zal wel overwaaien.

zondag 4 september 2005

Schone energie

Gek genoeg valt het me niet eens meer op, het woud aan elektriciteitspalen dat je hier in elke straat tegenkomt. Maar waarschijnlijk is dat een kwestie van de bomen en het bos. Want als ik uit het raam kijk, zie ik er langs de weg voor ons huis zo al acht staan. Om de vijftig meter eentje. En ook in de verte steken ze boven de daken uit. Betonnen masten van zo’n achttien meter waartussen een stuk of twaalf kabels en kabelbundels hangen. En dan tel ik niet eens de stalen draden bovenop mee, die de palen in balans houden. Van de elektriciteitskabels tussen de palen lopen lijnen naar opzij, om huizen van stroom te voorzien. En aan sommige palen zitten ook nog eens staalkabels die in de grond verankerd zijn. Om de palen extra stevig in het straatbeeld te planten, zeg maar. Nu ik die wirwar van masten en draden zo bekijk, moet ik ineens denken aan de windmolens in Nederland. Tegenstanders klagen dat die het landschap vervuilen. Ik zou zeggen: zolang je er niet elke vijftig meter eentje tegenkomt, valt het met die vervuiling best mee.

vrijdag 2 september 2005

Oordeel

Voor alles is er een eerste keer, dus ook voor de gang naar het Japanse ziekenhuis. Afgelopen weekend kreeg ik ineens last van druk en steken in mijn oor. Toch maar even naar de dokter. In Japan betekent dat: rechtstreeks naar de specialist in het ziekenhuis, want aan huisartsen doen ze hier niet. Gelukkig. Hoe minder dokters je hoeft te zien, hoe beter. Uit de tientallen ziekenhuizen in Nagaokakyo kozen we de oor-, neus- en keelvariant. We konden er binnen een uur terecht. De arts bleek een zestiger die veel weg had van Koizumi, de Japanse minister-president. Maar dan met een grote, gouden bril en een witte jas. Zoals een dokter er hoort uit te zien. Hij was niet onvriendelijk, eerder zakelijk. In behendig Japans vertelde ik hem wat eraan mankeerde, maar al bij zijn eerste onderzoeksvraag raakte ik de draad kwijt. Vijfenveertig duizelingwekkende minuten vol Japanse monologen van de arts en zijn assistentes, een schoonmaakbeurt met wattenstaafjes, stofzuigertjes en zalfjes en een uitgebreide gehoortest later, velde Koizumi zijn oordeel. Chujien. Ik keek vragend naar Izumi. Oorontsteking. Drie pilletjes in de ochtend, vier in de avond, en geen alcohol drinken. Dat laatste is jammer. Want ik had er graag even op getoost, op de eerste Japanse arts in mijn leven.

donderdag 1 september 2005

Schooltijd

Vanochtend tegen half negen echode er een langzame ding-dong door Nagaokakyo. Het was de melodie van de staartklok die vroeger bij mijn opa en oma stond. En volgens mij had de AVRO in de jaren zeventig een tune die ermee begon. Of in de jaren tachtig, ik kan ernaast zitten. De ding-dong van vanochtend klonk wel een stuk dwingender. Hij kwam dan ook uit de luidsprekers van de middelbare school hier vlakbij. Tijdens het schoolseizoen hoor je hem op alle werkdagen, aan het begin en het eind van elke les. Dus ook vandaag. Want na anderhalve maand vakantie zijn de scholen weer begonnen. Of beter: na anderhalve maand vol schoolclubs en bijlessen. Je zou je als scholier anders maar vervelen met zo veel vrije tijd. Vlak voordat de galmende melodie door de stad rolde, was er een lange stoet schoolkinderen voorbij gekomen. Ze droegen zwarte rokken en zwarte broeken met witte overhemden. Sommigen fietsten met een lamlendige slinger, anderen sjokten met frisse tegenzin. Maar wel op tijd. De Japanse ding-dong van half negen is onverbiddelijk.