maandag 31 oktober 2005

Maandag

Hij sluit de buitendeur van zijn hokje, aan het eind van de laatste wagon, en de trein begint te rollen. Het raam van de deur staat nog open en de conducteur gaat er ter controle half uit hangen. Als de trein het station van Nagaokakyo achter zich laat, haalt de man zijn bovenlijf naar binnen en klapt hij het raam dicht. Hij draagt een pet en witte handschoenen. In een microfoon zegt hij dat het volgende station Yamazaki is. Dan stapt de conducteur de coupé in en draait hij de deur van zijn hokje op slot. Hij maakt een buiging en wandelt met een rustige maar vastberaden pas naar de andere kant van de wagen. Als hij langsloopt hoor ik hem de eindbestemming prevelen, en de naam van het volgende station. Bij de deur stopt de conducteur. Hij draait zich om en buigt weer naar de passagiers. Ze slapen, hun hoofden hangen voorover. De man met de pet gaat de volgende coupé binnen en schuift de deur achter zich dicht. Buiten is het bewolkt, maar toch schijnt de zon.

zondag 30 oktober 2005

Speciale aanbieding

Als de liefde ergens door de maag gaat, is het in Japan. Ook de liefde voor een nieuw telecommunicatiebedrijf, moeten ze hier hebben gedacht. Of nieuw, het is een fusie. Al de hele week rijden in Nagaokakyo wagentjes rond met reclameborden waarop staat dat Tu-ka en Kddi zijn samengegaan. Uit de luidsprekers op het autootje klinkt de stem van een vrouw. En ze heeft een opvallende boodschap. Als je bij onze nieuwe onderneming nu een mobiele telefoon koopt of een mobiel abonnement neemt, roept ze enthousiast, geven we je een bijzonder cadeau. Dat is niks nieuws natuurlijk. Mensen met een aardigheidje verlokken tot een aankoop, dat gebeurt overal. Maar ik zie het in Nederland niet snel gebeuren dat een telecommunicatiebedrijf me verleidt met een champignon. Hoe anders is Japan. Van ‘Tu-ka by Kddi’ krijg je als nieuwe klant een matsutake en dat is wel degelijk een champignon. Een nogal exclusieve champignon, dat moet ik er wel bij zeggen. Per drie gaan ze zomaar voor vijfentachtig euro. Maar hoe je hem ook wendt of keert, zo’n matsutake blijft een champignon. En dan heb je als Hollander toch liever een goeie korting. Of eventueel een zakje paddo’s.

zaterdag 29 oktober 2005

Vreemde taal (6)

Als je een nieuwe taal leert, heb je soms iets nodig wat je bij de les houdt. Een lichtpuntje. Of liever: een vonkje. Daar zit de Japanse taal gelukkig vol mee. En ze slaan altijd precies over als de nood het hoogst is. Van de week zat ik met tegenzin over mijn lesboek gebogen. Het viel allemaal niet mee. Juist toen stuitte ik op het woord shiranai hito. ‘Vreemdeling’, staat erachter. Een nogal naar woord, vind ik. Een vreemdeling ken je niet en wil je ook niet kennen. Zoiets. Nee, dan liever de letterlijke Japanse betekenis. Shiranai betekent namelijk ‘niet weten’ of ‘niet kennen’ en hito is ‘mens’. Letterlijk vertaald betekent shiranai hito dus ‘mens die ik niet ken’. Dat klinkt nieuwsgierig. Zo van: daar wil ik meer van weten. Ik had de liefde voor het Japans meteen weer stevig te pakken.

donderdag 27 oktober 2005

Oud nieuws

In het land van de technische snufjes is het televisienieuws een baken van rust. Is het tijd voor, laten we zeggen, een tabel over de economische situatie van de afgelopen jaren? Dan haalt de nieuwslezer een degelijk stuk bordkarton tevoorschijn waar die tabel op staat. De deskundige naast hem neemt de tabel met de kijkers door en wijst daarbij met een stok op de juiste regel. Steeds als hij een regel heeft behandeld, trekt de expert een strookje weg dat over de volgende regel zit geplakt en gaat hij verder. Om een beeld te geven van de situatie na een tyfoon, wandelde de nieuwslezer laatst naar een grote tafel. Daarop was het getroffen gebied in het klein nagebouwd. Ik wist niet wat ik zag. Bergen, rivieren, dorpen; alles hadden ze nagemaakt. Op prikkertjes zaten bordjes met de plaatsnamen. Nu kan je van al dat handwerk zeggen wat je wilt. Maar als je ernaar zit te kijken en je denkt even aan de man of vrouw die het ’s middags in elkaar heeft geknutseld, wordt zelfs het naarste nieuws minder erg.

woensdag 26 oktober 2005

Magere jaren

Wie op zoek is naar een goed dieet, kan ik Japan van harte aanbevelen. Kilo’s kan ik je niet geven, want ik heb geen weegschaal. Maar laat ik zeggen dat ik al mijn Nederlandse broeken heb kunnen weggooien. Die begonnen hier eerst te lubberen en op het laatst gleden ze zowat van mijn kont. Daar kon ik met de extra gaatjes in mijn riem niet meer tegenop. En dan te bedenken dat ik het niet eens wilde, dat afvallen. Ik ging al slank door het leven. Nu ja, ik had een dertigersbuikje, maar daar had ik best vrede mee. Genieten van het leven mag een paar kilootjes kosten. Wel, daar dacht de Japanse menukaart anders over. In vijf maanden tijd hebben rauwe vis, dunne lapjes vlees en plantaardige oliën sluipend hun werk gedaan. Weg kilo’s, weg buikje. En dus: welkom biertje. Een mens mag het tenslotte niet overdrijven met dat afvallen.

dinsdag 25 oktober 2005

Verrassingsaanval

We zitten middenin een tv-programma. Iets met vaders en dochters en wat ze leuk en minder leuk aan elkaar vinden. Een vader heeft verteld over het gebrek aan inzet van zijn studerende dochter en de presentator is net begonnen het verhaal samen te vatten. Ineens valt het geluid weg en zegt een vrouwenstem: Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door de volgende sponsors. De mond van de presentator beweegt en over hem heen verschijnen de logo’s van vier Japanse ondernemingen in beeld. Voor alle zekerheid leest de vrouw hun namen ook maar even op. De vader en de dochter schieten geluidloos in de lach. Waarschijnlijk heeft de presentator iets heel grappigs gezegd, want de dochter ligt dubbel van het lachen. Er komen nog eens vier sponsors in beeld; het is een populair programma. De vrouwenstem leest de namen voor. Achter de logo’s gaat de mond van de presentator gewoon door met bewegen en hij gebaart joviaal naar een andere vader. Het is nu zijn beurt. De vrouwenstem zegt het intussen nog maar een keer: De genoemde bedrijven sponsoren dit programma. Ha, daar is het geluid weer. We boffen. De vader is nog maar net aan zijn verhaal begonnen.

maandag 24 oktober 2005

Hangplek

Het is er nu natuurlijk ook niet het weer voor, zo langzamerhand. Maar zelfs toen het dat wel was, zag je geen Japanner op zijn balkon. Of het moest zijn om de was op te hangen. Zo’n beetje elke flat en elke eengezinswoning in Japan heeft een balkon. Een beranda noemen ze dat hier. Soms is het nauwelijks meer dan een uitstulping aan de gevel, vaak gaat het om een niet misselijke lap beton. Maar erop zitten, dat is er niet bij. Vroeg in de ochtend verschijnt alleen de vrouw van het huis om het van links naar rechts vol te hangen met schone was. En ’s avonds laat komt ze naar buiten om hem er weer af te halen. Verder gebeurt er niks op de balkons van Japan. Het wappert er maar een beetje. Bij ons ook. De linkerkant van het balkon hangt vol met was. Maar we hebben mooi gezien dat er rechts nog alle ruimte is voor een zondagochtend met koffie en een krant. Ha, nog vijf maanden en het is weer lente.

zondag 23 oktober 2005

Machomandje (2)

Vrijdagavond belde het meisje van het woonwarenhuis. Mijn fietsmandje was er. Tegen half zes vanmiddag sprong ik dus op de fiets en inderdaad, daar wachtte het: een korf van roestvrij staal. Het stond te glimmen in de tl-verlichting. Wat een stoer fietsmandje. Ik vroeg het meisje van het woonwarenhuis wanneer ze het op mijn fiets kon zetten. Binnen een uur, glimlachte ze. En ze had nog gelijk ook. Een uur later, vanavond om half zeven, stond mijn fiets klaar met het mandje voorop. Onze boodschappen uit de supermarkt beneden konden er meteen in. En pas toen ik naar huis fietste met de tas in het mandje, drong het tot me door: ik ben er al aan gewend. Ik vind het niet eens vreemd meer dat ik op zondagavond een winkel kan binnenwandelen en boodschappen kan doen. En dat het meisje van het woonwarenhuis nog diezelfde avond het mandje op mijn fiets schroeft. Alles went blijkbaar. Dus nog even en ik durf ook bij daglicht met mijn fietsmandje over straat.

vrijdag 21 oktober 2005

Badkamerkastje

Waar je het ook aan kunt zien, hoever je al bent ingeburgerd: aan je toiletartikelen. Toen ik hier aankwam, begin deze zomer, haalde ik uit mijn toilettas alleen Hollandse flesjes en tubetjes. Of in elk geval de Nederlandse versie van buitenlandse merken. Vanochtend realiseerde ik me dat daar nog maar één artikel van is overgebleven. Alle andere zijn de afgelopen maanden ongemerkt vervangen door Japanse varianten. Onze nieuwe tandpasta heet Akuafuresshu, dat is nog herkenbaar. En de deodorant zit hier alleen in een ander flesje. Maar mijn nieuwe scheerschuim is van Japanse makelij, onze lensvloeistof is puur Japans en ook in de plaats van mijn Nederlandse gezichtscrème (een beetje man kan vandaag de dag niet zonder) kocht ik gisteren een goedje van een Japans merk. Alleen mijn Nederlandse tandenborstel is er nog. Maar als ik zie hoe rafelig die erbij staat, denk ik dat ook hij er binnenkort aan moet geloven. Dan verdwijnt uit onze badkamer het laatste stukje Holland.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: ONS BADKAMERKASTJE, VANOCHTEND

donderdag 20 oktober 2005

Ter lering

Hoeveel paperclips moet je onder elkaar hangen, voordat de ketting breekt? Ik zag het antwoord gisteravond op televisie. Het Japanse programma Trivia no izumi (‘Bron van trivia’) zit vol met dit soort feiten. Nutteloos inderdaad, en juist daarom zo grappig. De show is hier enorm populair en dat komt vooral door de wetenswaardigheden zelf. Maar ook de kurkdroge commentaarstem en de maniertjes van de presentatoren zijn zo komisch, daar is geen cynisme tegen bestand. De trivia worden ingezonden door kijkers. Een panel van bekende Japanners bepaalt wie het meest nutteloze weetje heeft ingezonden. Dat doen ze door bij elk feit op een knop te slaan. Je moet weten: als Japanners verbaasd zijn, slaken ze een vreemde versie van de kreet Heu. Die begint laag en gaat daarna in een seconde of vier langzaam omhoog. De programmamakers hebben deze kreet verwerkt in de knop die voor de panelleden staat. Hoe vaker je dat typische Heu hoort, hoe hoger de score. Het weetje over die paperclips scoorde heel hoog. In een filmpje zagen we hoe de inzender in een gondel aan de hoogste brug in Japan hing en steeds een nieuwe paperclip aan zijn ketting vastmaakte. De paperclipketen bleek na nummer 5.495 te zwaar en brak. Dan weet je dat.

2 BIJ GEBREK AAN EEN GOEDE JAPANSE SITE OVER HET PROGRAMMA

woensdag 19 oktober 2005

Eetgewoonten

Gisteravond ging ik slapen in de geur van gestoomde rijst met worteltjes en Japanse champignons. Vanochtend bij het opstaan rook ik gebakken ui en worstjes. Met een gekookt ei ging het allemaal in de o-bento, zeg maar de lunchtrommel, van Izumi. Voor op haar werk. Want die Hollandse boterham met kaas, of laat het een keer tomaat met mozzarella zijn, daar lachen ze hier om. In Japan halen ze op kantoor en op school een geroerbakt twaalfuurtje uit de tas. Ik ben zover nog niet. Ik vond het al avontuurlijk om over te stappen op de dikke plakken geroosterd brood die je hier hebt, en op de dunne lapjes Japanse kaas. Het zal een kwestie van wennen zijn. Geef me één maand langer in de Japanse etenslucht en ook ik grijp voor het middageten naar de wok in plaats van het broodrooster.

dinsdag 18 oktober 2005

Zeker weten

Ik weet het bijna zeker, maar net niet helemaal. Daarom vraag ik het aan de man die voor me staat, in de rij op het perron. Of de volgende trein ook stopt in Nagaokakyo. Maar de man weet het niet. De trein rijdt van hier, iets vóór Kobe, via Osaka naar Kyoto en de man moet er altijd bij Osaka al uit. Wat de trein daarna doet, hij heeft geen idee. De spijt staat op zijn gezicht. Een man uit een andere rij komt naar ons toe. Hij heeft het gesprek opgevangen en ja hoor, de trein stopt ook in Nagaokakyo. De man voor me glimlacht opgelucht.

In de trein gaat de man aan de andere kant van het gangpad zitten. Dan schiet hem iets te binnen. Hij loopt weg en komt even later terug. Als hij weer zit, buigt de man zich over het gangpad naar me toe. Het klopt, zegt hij. Zijn stem heeft een geruststellende toon. Hij heeft het nog even gecontroleerd op het schema boven de deuren en de trein stopt inderdaad in Nagaokakyo. Het signaal klinkt en de deuren gaan dicht. De trein is het station nog niet uit of de man valt in slaap. Ik hoop dat zijn vrouw straks een heerlijk diner op tafel zet.

maandag 17 oktober 2005

Tot tien

De vrouw is in de vijftig en deze middag komt ze de trein in lopen. Hij zit knap vol. Maar gelukkig, daar is een plaats. De vrouw strijkt de achterkant van haar rok al glad om te gaan zitten. Dan: waar hij vandaan komt, ik weet het niet, maar ineens is daar een man. Ook in de vijftig, gok ik. Kalend, groot en met een aktetas. Een sarariman, lid van het gigantische korps van Japanse kantoormedewerkers. Hij is met grote passen komen aanlopen en staat nu tegenover de vrouw. Naast de lege plek. De vrouw is even in de war. Ze zat al zowat, maar nu kijkt ze de man schattend aan. Het duurt misschien een seconde. De man aarzelt geen moment en gaat zitten. Het gezicht van de vrouw verhardt en ze kijkt de man vuil aan. Dan doet ze in stilte een stap achteruit, draait ze zich om en loopt ze de coupé uit, op zoek naar een andere stoel. De man slaat zijn krant op.

zondag 16 oktober 2005

Millimeterwerk

Kort graag, zeg ik. De kapper pakt een tondeuse en kruipt daarmee van onderaan mijn bakkebaard omhoog. Langzaam begint me op te vallen dat het ding wel heel kort is afgesteld. Maar ja, de man is al zeker tien centimeter gevorderd. Om nu nog iets te zeggen, is wat laat. Een bijna kale strook van vijf bij tien centimeter en verder overal langer haar, dat is geen gezicht. Ik zou trouwens niet eens weten wat ‘minder’ is in het Japans. Gek, dat ik zo’n simpel woord niet ken. Vreemd genoeg blijf ik best rustig onder de situatie. Terwijl de kapper toch bezig is me te veranderen in Michael Stipe. Nu ja, dat lijkt me een aardige man. Ik denk ook te traag om nog op tijd in te grijpen. De kapper heeft nu zo’n beetje mijn hele hoofd geschoren, alleen het haar bovenop nog niet. Maar dat is van nature al kort. Als hij ook daar de tondeuse op wil loslaten, houd ik mijn hand erboven. Een klein beetje maar, zeg ik. Hij knipt het in model en ik kijk in de spiegel. Bijna het haar van Michael Stipe, het staat me eigenlijk verdraaid goed.

vrijdag 14 oktober 2005

Verzoekje

De weg is meer een weggetje. Het ligt bovenop een dijk en aan de ene kant, diep beneden, stroomt een riviertje. Aan de andere kant staan huizen. De dijk is zo hoog, dat je over hun daken heen kijkt. Ze schitteren in de zon. Ik knijp in de remmen en stop, want het uitzicht is verdorie prachtig. Het dak dat het dichtst bij de dijk staat, is een oud Japans dak. Er zitten metaalkleurige pannen op en in de uiteinden van de nok is een symbool gedrukt dat lijkt op een molen met drie kromme wieken. Als ik het goed heb begrepen, heeft het iets te maken met tomoye, het heelal. De gevel onder het dak is van hout en wit pleisterwerk dat langs de randen een tikkeltje vuil is. Achter het dak en achter de honderden andere daken rijzen de bergen van Nagaokakyo op. De voorste strook is fel groen van de zon, de strook erachter is vager en blauwer. Ik tuur naar het heelal en vraag of ik nog even in dit land mag blijven.

donderdag 13 oktober 2005

Parkeervak

Ik moet in de Japanner mijn meerdere erkennen. In elk geval in de parkerende Japanner. Want parkeren, dat is hier een vak. Het beruchte gebrek aan ruimte in dit land dwingt automobilisten tot manoeuvres waar je u tegen zegt. Mijn pet af en een diepe buiging erbij. Op het parkeervak voor zijn huis zet de Japanse bestuurder zijn auto zo dicht mogelijk langs de schutting. Hij klapt de spiegel in, kruipt achterwaarts het plaatsje op en laat hooguit een centimeter tussen wand en wagen. Zonder krassen. Ik had me voorgenomen om ooit, op een goede dag, mijn Japanse rijbewijs te halen. Maar de bijzondere verrichtingen konden door die droom nog wel eens een lelijke streep halen.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: PARKEERKUNST KIJKEN

woensdag 12 oktober 2005

Beroemd (2)

In de grote steden valt het mee. Daar zijn ze wel wat gewend. Maar in een relatief gehucht als Nagaokakyo of in de trein ontkom ik er niet aan: de starende ogen van mijn Japanse medeburgers. Volwassen hoofden draaien weg als ik opkijk, kinderogen blijven me aangapen, ook als ik Hallo zeg. Groepjes schoolmeisjes beginnen verlegen te giechelen wanneer ik ze aankijk, schooljongens stoten elkaar aan zodra ik langsloop. Een paar kerels aan de bar, een tijdje terug, wilden alles weten over het Nederlandse voetbal, een bejaarde man op straat mompelde eens een scheldwoord en de vrouw achter de kassa glimlacht altijd extra breed. Of het ooit zal wennen, dat weet ik niet. Voorlopig beantwoord ik de vriendelijke blikken maar met een knikje of een Konnichiwa. En bij de minder leuke haal ik mijn schouders op. Eén ding weet ik wel: ik ben blij dat ik niet beroemd ben. Buitenlander is soms al vermoeiend genoeg.

dinsdag 11 oktober 2005

Hondenrijk

Ik houd niet van honden. En al helemaal niet van honden die naar de kapper gaan. Dat is jammer, want als hondenkapper zou ik hier goud geld kunnen verdienen. Dat leid ik in elk geval af uit het opzienbarende aantal kapperszaken voor viervoeters. En uit het aantal viervoeters zelf. Het stikt hier namelijk van de honden. Nu ja, honden. Keffertjes zijn het. De meeste huizen in Japan zijn niet overdreven ruim en ook de honden zijn dus niet groot. Maar hun bazen en bazinnetjes zijn dol op ze en niets is te gek om het de kleine mormels naar de zin te maken. Honden zijn handel, in Japan. Daarom is niet alleen het aantal kapperszaken voor honden opvallend hoog, je struikelt hier in het algemeen over dierenzaken. Ik zal het onder ogen moeten zien: mijn nieuwe vaderland houdt van zijn honden. Een flinke horde op het pad van deze inburgeraar.

maandag 10 oktober 2005

Op sokken

De nieuwe schoenen die ik gisteren heb gekocht, zullen nooit verder dan een meter onze flat in wandelen. Honderd centimeter vanaf de voordeur, dat is hun territorium. Daarna komt er een opstapje en is het voor schoenen verboden terrein. Dan gaan ze de schoenenkast in die bij het huis werd opgeleverd. Het verbod geldt trouwens niet alleen hier. Ook bij veel restaurants komen schoenen er naar goed Japans gebruik niet in. Zelfs in het pashokje moeten ze uit. Het begint al een reflex te worden: zodra ik ergens binnenstap en de deur achter me dichtvalt, ga ik op één been staan en grijp ik wiebelend naar mijn veters. Pavlov ten voeten uit. Aan de andere kant van ons huis staan slippers klaar voor als we het balkon op willen. Maar voordat we met de droge was naar binnen stappen, gaan die weer uit. Blootsvoets of op sokken zullen we binnen leven. Het is wel wat jammer van mijn nieuwe schoenen, dat Japanse regime. Die had ik liever in het zicht gehad. Dat ik er zo van hier naar kon kijken.

zondag 9 oktober 2005

Koning klant

Ik kies voor de zwarte tas, die is het mooist. Ik ben er nu al blij mee en loop naar de kassa. Het meisje achter de toonbank buigt en lacht een stralende glimlach. Ze bedankt me als ik de tas aangeef, scant het etiket en noemt de prijs. Ik heb het niet gepast, dus pluk twee briefjes uit mijn portemonnee. Intussen heeft het meisje de vulling uit de tas gehaald. Van een plank onder de toonbank pakt ze een grote papieren zak met het logo van de winkel en daar schuift ze behoedzaam mijn aanwinst in. Hij past precies. Met een plakbandje waar het logo ook op staat bindt ze de handvatten van de zak bij elkaar. Maar het meisje is nog niet klaar. Het regent vandaag en van onder de toonbank plukt ze daarom een doorzichtige hoes die ze over de papieren tas trekt. Ook de hoes past exact. Ik leg de bankbiljetten in het geldbakje op de toonbank. Het meisje telt ze, noemt het bedrag en schuift de briefjes onder een klem op de kassa. Dan pakt ze het wisselgeld en de kassabon. De bon legt ze in mijn hand, de munten laat ze daar voorzichtig bovenop glijden. Ze houdt er een hand bij onder de mijne. Die munten zouden eens kunnen vallen. Als ik de portemonnee in mijn kontzak heb geduwd en weer opkijk, houdt het meisje de papieren tas voor me. Ze reikt me de handvatten aan, lacht haar stralende glimlach en met een kleine buiging bedankt ze me voor de aankoop. Ik vond het al een mooie tas, maar dankzij het meisje ben ik er nog blijer mee. Ik bedank haar ook en verlaat de winkel. Volgens mij regent het al minder hard.

vrijdag 7 oktober 2005

Ervoor gaan

Langs de rand van de perrons in Japan staan driehoeken en cirkels. Ze geven aan waar de trein straks zijn deuren zal openen en je je als reiziger moet opstellen. Handige symbolen dus. Tenminste, als je ze begrijpt. En verdorie, ik begreep ze niet. Ik kwam er maar niet achter hoe ze werkten. Ging ik bij de cirkels staan, dan stopten de treindeuren voor de driehoeken. En als ik me opstelde bij de driehoeken, stopten ze voor de cirkels. Waar mijn Japanse medereizigers dan al klaarstonden om in te stappen. Hoe deden ze dat toch? Van de week viel ineens het kwartje. Op de borden boven het perron staan niet alleen de eerstvolgende treinen vermeld, maar ook de symbolen die erbij horen. Driehoeken als de deuren voor de driehoeken stoppen, cirkels als ze stilhouden bij de cirkels. Simpel, maar het was me niet eerder opgevallen. Sinds ik weet hoe het werkt, probeer ik extra vroeg op het station te zijn, als er nog niemand bij het symbool van mijn trein staat. Zodat ik er met de nonchalante tred van een ervaren reiziger op af kan lopen, in de hoop dat de Japanners op het perron denken: die buitenlander, dat is een gisse jongen. Die kent ons land op zijn duimpje. Want dat is toch waar je voor gaat, als inburgerende immigrant.

donderdag 6 oktober 2005

Vreemde taal (5)

Ik heb het even gemist. Is het al zover, de chipkaart voor het Nederlandse openbaar vervoer? In Japan hebben ze er ook een. Ik heb hem nog niet in bezit, maar alleen al om zijn naam wil ik er snel eentje hebben. Die is namelijk briljant. ICOCA, heet de kaart. En hij wordt uitgegeven door West JR, de Japan Railways-dochter voor de Kansai-regio, zeg maar de streek rond Osaka. Tot voor kort dacht ik dat ICOCA een afkorting was. En ik had nog gelijk ook. ICOCA staat voor integrated circuit operating card. Maar bij die afkorting blijft het niet. ICOCA, maar dan gespeld als iko ka, is de Kansai-versie van ikimasho ka. En dat betekent ‘zullen we gaan?’ Een vondst, waar of niet? Bijkomend pareltje is dat ze de twee k’s hebben vervangen door c’s. Ze moesten wel, want IC is nu eenmaal IC en card is card, daar verander je niks aan. Maar door ikoka met twee c’s te schrijven, ervaren Japanners het woord als zachter en vriendelijker. Ik denk dat ze bij JR even hebben zitten juichen toen ze deze naam hadden bedacht. Heel even. En toen rap weer aan het werk natuurlijk, want zo zijn ze hier.

woensdag 5 oktober 2005

Verbergen

Die bergen, ik geniet er zelfs van als ik ze niet zie. Zoals vandaag. Het druilt al sinds ik vanmorgen wakker werd en de lucht boven Nagaokakyo loopt naadloos door tot achter de huizen en het schoolgebouw en de appartementen aan de overkant van de straat. Het is één groot, grijs vlak. Nu ik er zo naar kijk, lijkt het wel wat op Nederland: onder in beeld straten en daken, erboven de lucht. Maar ik weet dat de bergen er zijn. Want af en toe laten ze zich zien, als de lucht iets opentrekt. Eerder vanmiddag zag ik bijvoorbeeld heel even de voorste bergstrook. Al was het nauwelijks meer dan een silhouet met een waas ervoor. De strook erachter, die een stuk hoger is dan de voorste, ligt al de hele dag in een dik pak wolken. Niet te zien. En dat is het mooie. Zo groot, zo steil en toch volstrekt onzichtbaar – je moet het hem maar flikken.

dinsdag 4 oktober 2005

Wegdromen

Het is geen mooie weg. Aan de overkant staat een fabriekshal van golfplaten. Er ligt een parkeerterrein naast dat helemaal vol staat. En het regent ook nog. Aan deze kant van de weg staan huizen. De meeste hebben manshoge muren waar groen overheen hangt. Je kunt de regen veel verwijten, maar het groen, dat knapt er altijd enorm van op. Terwijl ik erlangs loop, draai ik mijn hoofd er daarom zo ver naartoe dat ik de grauwe kant van de weg niet meer zie. Er is alleen nog het groen. Precies op dat moment geeft het toeval me een cadeautje. De weg loopt in een flauwe bocht en aan het eind daarvan, aan zeg maar de groene kant, staat het kasteel van Nagaokakyo. Van waar ik nu loop kan ik de hoge, witte muur zien, met zijn donkere lambrisering, en de wachttoren op de hoek, en de wilgen langs de gracht. En juist hier doemt vlak voor me een Japanse esdoorn op, met zijn kunstige, stervormige blaadjes. Ik begin wat langzamer te lopen, zodat ik ze goed kan bekijken. Er hangen druppels aan de blaadjes; aan alle puntjes eentje. Volle, heldere regendruppels. Een paar seconden lang zie ik de schitterende lijnen van de blaadjes en de druppels die eraan hangen, en op de achtergrond staat het kasteel van Nagaokakyo. Dan ben ik de esdoorn voorbij en is de weg weer gewoon de saaie weg die hij was.

maandag 3 oktober 2005

Stemmen (2)

De gemeenteraadsverkiezingen van aanstaande zondag houden de gemoederen hier goed bezig. Wat zeg ik: we worden er gek van. Er zijn op de kop af dertig kandidaten en die hebben allemaal een auto met een megafoon erop. Daarmee rijden ze sinds gisteren de hele dag door Nagaokakyo. Of beter: ze kruipen ermee, opdat we hun enthousiaste geratel extra goed kunnen horen. En dat doen we. Van acht uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds horen we de dertig blije boodschappen aan één stuk door. Hoewel, boodschappen. De verhalen gaan nauwelijks verder dan dat we vooral de namen van de galmende kandidaten niet moeten vergeten, komende zondag. De potentiële volksvertegenwoordigers zetten er een stem bij op alsof ze voor een juichende menigte staan. Met dat verschil dat de juichende menigte ontbreekt. Wat overblijft, zijn de overslaande stemmen uit de megafoons. Als de kandidaten zo door gaan, hebben ze zondag geen stem meer over.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: NAGAOKAKYO, VANDAAG

zaterdag 1 oktober 2005

Geteld

Verschijnt binnenkort een bericht in de krant waarin staat hoeveel buitenlanders er per 1 oktober 2005 in Japan wonen? Dan ben ik er eentje van. Ik ben namelijk geteld. Als onderdeel van de vijfjaarlijkse volkstelling bracht een overheidsambtenaar ons van de week een formulier. Of we dat wilden invullen, dan zou hij het binnenkort weer komen ophalen. Dat invullen, dat hebben we vanochtend gedaan. Mijn naam, dat ik man ben, mijn Japanse geboortejaar (het zevenenveertigste van de Showa-periode), dat ik uit Oranda kom; de computer die het formulier gaat lezen, zal het allemaal opslaan in de gegevensbank van de Japanse overheid. En daar zit ik dan, trots ingenesteld tussen de 126.999.999 andere inwoners van dit land. Onderdeel van de Japanse statistieken. En weldra in uw krant, wie weet.