donderdag 29 december 2005
Hij zit tegenover ons in de trein naar Kyoto. Op zijn linkerbeen ligt een adressenboekje. Het ziet eruit alsof hij daar lang geleden de laatste adressen in heeft geschreven. Op zijn rechterbeen houdt de man een stapel wenskaarten. En terwijl de trein door de voorsteden van Kyoto raast, vliegt zijn pen over de ene kaart na de andere. In snelle halen zet hij Japanse tekens op het karton en als hij klaar is met de ene kaart, steekt hij die onderop en begint hij aan de volgende. Bij één kaart moet de man even nadenken. Die is voor zijn zus, met wie hij al jaren overhoop ligt. Zijn gezicht vertrekt en met felle streken gaat hij verder. 2006 wordt geen verzoeningsjaar. Als de trein het eindstation binnenrijdt, mikt de man net een punt achter zijn laatste wens. De deuren schuiven open. Hij klapt het adressenboekje dicht en duwt het stapeltje in zijn binnenzak. Mocht het geen gelukkig nieuwjaar worden, dan kunnen ze hem niks verwijten.
woensdag 28 december 2005
Schone slaper
Over onze futon gesproken. De belangrijkste inburgeringsles die ik deze week leerde, ging erover. Al het hele halfjaar dat we hier wonen, vouw ik onze matrassen ’s ochtends op dezelfde manier op. Deel één van onze futon klap ik behendig op deel twee en die twee delen samen weer op deel drie. Als je er van opzij naar kijkt, kan je in onze opgevouwen futon een 9 zien. En dat is dus fout. De correct opgevouwen futon is een z. De tradities van Japan schrijven voor dat je de vouw tussen deel één en deel twee optilt en bovenaan deel drie legt. Dat mag muggenziften lijken, je kan het ook oog voor detail noemen. Bij een 9 rust de onderkant van deel twee namelijk op de bovenkant van deel drie. Het vlak dat op de vloer heeft gelegen, ligt dus op de slaapkant. En dat is vanuit hygiënisch oogpunt natuurlijk foute boel. Bij een z raakt de onderkant de bovenkant niet. Met andere woorden: wie ’s avonds een z openklapt, slaapt schoon. Het zou een mooie Japanse wijsheid zijn.
dinsdag 27 december 2005
Gelukkig nieuwjaar
De kerst is hier sinds gisteren voorbij, maar het nieuwe jaar ligt al in de schappen. In de vorm van drie korte stukken bamboe om precies te zijn. De lengte van de stengels verschilt, maar alledrie zijn ze aan de bovenkant schuin afgezaagd. Er zitten dennentakken en pruimentwijgen tussen en het groen is bij elkaar gebonden met touw van stro. Kadomatsu, noemen ze de bundels. De goden van de oogst zijn er dol op, net als voorouderlijke geesten. Begrijpelijk dus dat veel Japanners op nieuwjaarsdag één of twee van die nieuwjaarsstukken voor de deur zetten. Goden en geesten hou je tenslotte graag tevreden. Voor de ingang van onze supermarkt liggen de kadomatsu in dozen opgestapeld. De supermarkteigenaar staat er in het bovenaardse dus alvast goed op.
Slotsom
Geen land is perfect. Zelfs Japan niet. Lezers van de rubriek Plus en minder kunnen dat weten. Elke week krabbel ik in de rechterkolom iets over de pluspunten van mijn gastland én over de nadelen die daar nogal eens aan kleven. Ik ben namelijk fan van Japan, maar wil ook kritisch blijven. Dat houdt de liefde gezond. In de week van de eindejaarslijstjes: mijn drie leukste en naarste ontdekkingen van dit jaar.
maandag 26 december 2005
Paren
Kerstavond, 21.55 uur. De trein van Kyoto naar Nagaokakyo.
Ik kijk om me heen en schat dat in de trein evenveel mannen als vrouwen zitten. Net als in het eettentje waar we vandaan komen. Vooral jonge mannen en vrouwen zijn het. En bijna allemaal hebben ze hun kleding met nog meer zorg uitgezocht dan ze normaal doen. Kerstavond is in Japan het exclusieve terrein van stelletjes. In restaurants kijken mannen en vrouwen elkaar een avond lang verliefd in de ogen, als het even kan boven een westers maal met een stevig prijskaartje. Na het dessert duiken de paartjes een hotel in om, laten we zeggen, hun wederzijdse gevoelens te onderstrepen. De mannen en vrouwen in onze coupé hebben daar geen hotel voor nodig. Onderstrepen, dat kan ook heel goed thuis.
Ik kijk om me heen en schat dat in de trein evenveel mannen als vrouwen zitten. Net als in het eettentje waar we vandaan komen. Vooral jonge mannen en vrouwen zijn het. En bijna allemaal hebben ze hun kleding met nog meer zorg uitgezocht dan ze normaal doen. Kerstavond is in Japan het exclusieve terrein van stelletjes. In restaurants kijken mannen en vrouwen elkaar een avond lang verliefd in de ogen, als het even kan boven een westers maal met een stevig prijskaartje. Na het dessert duiken de paartjes een hotel in om, laten we zeggen, hun wederzijdse gevoelens te onderstrepen. De mannen en vrouwen in onze coupé hebben daar geen hotel voor nodig. Onderstrepen, dat kan ook heel goed thuis.
vrijdag 23 december 2005
Koning klant (3)
Post van het postkantoor, hier een paar minuten vandaan.
De wijk waarin wij wonen is een kleine wijk, dus ook het wijkkantoor is bescheiden. Ik sta er meestal aan het loket met post waarop ik ‘The Netherlands’ heb geschreven, en ‘Via airmail’. Maar deze week gaf ik de mevrouw van het postloket een envelop die naar Tokio moest. Ze woog hem snel en zei met haar glimlach dat het dan 110 yen was alstublieft. Op de fiets naar huis vond ik het eigenlijk best raar dat een envelop naar Tokio net zo veel kost als een kaart naar Nederland. Maar ja, er is wel meer raar.
In de envelop van het postkantoor zit een handgeschreven brief. Hij is van de mevrouw van het postloket. Ze is me dankbaar dat ik voor mijn verzendingen altijd haar postkantoor kies. Maar nu moet ze bekennen dat ze een fout heeft begaan. Ze ging er deze week automatisch van uit dat de envelop die ik bracht wel weer luchtpost zou zijn en heeft hem 30 yen te hoog aangeslagen. Daarom tref ik hierbij een postzegel van 30 yen aan. Ze hoopt dat ik ondanks dit voorval zal blijven gebruikmaken van haar postkantoor.
Naast de zegel zit er een kalendertje van 2006 bij de brief. Als ik nu één wens mocht doen, zou het zijn dat Japan nimmer zal veranderen.
De wijk waarin wij wonen is een kleine wijk, dus ook het wijkkantoor is bescheiden. Ik sta er meestal aan het loket met post waarop ik ‘The Netherlands’ heb geschreven, en ‘Via airmail’. Maar deze week gaf ik de mevrouw van het postloket een envelop die naar Tokio moest. Ze woog hem snel en zei met haar glimlach dat het dan 110 yen was alstublieft. Op de fiets naar huis vond ik het eigenlijk best raar dat een envelop naar Tokio net zo veel kost als een kaart naar Nederland. Maar ja, er is wel meer raar.
In de envelop van het postkantoor zit een handgeschreven brief. Hij is van de mevrouw van het postloket. Ze is me dankbaar dat ik voor mijn verzendingen altijd haar postkantoor kies. Maar nu moet ze bekennen dat ze een fout heeft begaan. Ze ging er deze week automatisch van uit dat de envelop die ik bracht wel weer luchtpost zou zijn en heeft hem 30 yen te hoog aangeslagen. Daarom tref ik hierbij een postzegel van 30 yen aan. Ze hoopt dat ik ondanks dit voorval zal blijven gebruikmaken van haar postkantoor.
Naast de zegel zit er een kalendertje van 2006 bij de brief. Als ik nu één wens mocht doen, zou het zijn dat Japan nimmer zal veranderen.
donderdag 22 december 2005
Tranen lachen
In Japan maakt een klein groepje jongens overuren. Zij vullen namelijk zo’n beetje alle televisieprogramma’s hier met hun lach. Zet een willekeurige show aan, op welke zender dan ook, en je hoort hem. Overal exact dezelfde lach. Drie snelle klanken die allemaal even hard worden uitgestoten. Ha!-Ha!-Ha! Een tikkeltje schor klinkt hij, als de lach van iemand die net de baard in zijn keel krijgt. En je hoort hem na elke zin die een presentator of ingehuurde cabaretier uitspreekt. Zinnetje, hahaha. Zinnetje, hahaha. Zinnetje, hahaha. De jongens – zo te horen zijn het er drie of vier – lachen meestal min of meer tegelijk; de ene begint net iets eerder dan de anderen. Een enkele keer lacht er maar eentje. De andere lachers nemen dan waarschijnlijk een slokje water. Het rare van de Japanse televisielach is: hoe vaker je hem hoort, hoe verdrietiger je wordt.
dinsdag 20 december 2005
Toekomstmuziek
Toen vanochtend de condens op ons keukenraam was verdampt, zag ik dat de bergen van Kyoto wit waren. Er schoten me ineens een paar regels te binnen van Hunter and the hunted. Dat liedje staat op New gold dream van Simple Minds en achttien jaar geleden heb ik die elpee grijsgedraaid. Vooral dat ene nummer. Dat kwam door de orgelsolo van Herbie Hancock, waarvan ik al ga zweven als ik eraan denk, maar vooral ook door de woorden van Jim Kerr. Want die was toen nog een groot tekstschrijver.
Kyoto in the snow
Heaven’s far away
Sending their love
Passion parade
Dat zong hij. Losse impressies die een geheel vormden waar ik me veel bij kon voorstellen, ook al wist ik niks van Japan en helemaal niets van Kyoto. Voor mij kreeg de stad een magische klank. Ze werd de bron van het pure, bewaarplaats van de liefde. Dat haalde ik me als puber in het hoofd en toen ik volwassen werd, bleef het daar zitten. Het is dan ook raar om de bergen bij Kyoto nu vanuit onze keuken te kunnen zien. Hoog tijd voor een bezoek aan een tempeltuin, dacht ik vanmorgen. Of voor een sterke bak koffie.
Kyoto in the snow
Heaven’s far away
Sending their love
Passion parade
Dat zong hij. Losse impressies die een geheel vormden waar ik me veel bij kon voorstellen, ook al wist ik niks van Japan en helemaal niets van Kyoto. Voor mij kreeg de stad een magische klank. Ze werd de bron van het pure, bewaarplaats van de liefde. Dat haalde ik me als puber in het hoofd en toen ik volwassen werd, bleef het daar zitten. Het is dan ook raar om de bergen bij Kyoto nu vanuit onze keuken te kunnen zien. Hoog tijd voor een bezoek aan een tempeltuin, dacht ik vanmorgen. Of voor een sterke bak koffie.
zondag 18 december 2005
Uitblazen
De onderste helft van de ruiten is beslagen. Achter de kapperszaak rijdt langzaam een trein, ik hoor de cadans. Mijn kapper is een morsig type met sluik haar, maar ook heel vriendelijk. Hij veegt de haren van andere klanten op een hoop, de mouwen opgestroopt. Haast heeft hij er niet mee. Dan zet hij de bezem in een hoek en trekt hij een sigaret uit zijn borstzak. De vlam wil er niet meteen in, maar na drie keer knippen met zijn aansteker lukt het. De man inhaleert diep, blaast de rook bedachtzaam de winkel in en kijkt naar buiten. Eén hand steekt hij in zijn zak, de andere hangt naast zijn lijf, de sigaret tussen de vingers. Een rokende kapper, ik heb het in Nederland nog niet meegemaakt. Ik ben ook niet gek op sigarettenrook. Maar als het dit beeld oplevert mag hij. Wat waait het hè, zegt de kapper.
Sorry Rembrandt
Ik heb mijn hele leven nog nooit één stap binnen het Rijksmuseum gezet. Mooie gevel, dat is alles wat ik erover kan zeggen. Toch zag ik gistermiddag in elk geval een deel van de Amsterdamse collectie. In het Hyogo Prefectural Museum of Art in Kobe liep ik langs pakweg negentig doeken uit de Gouden Eeuw. Van Rembrandts Zelfportret tot De liefdesbrief van Vermeer. En dat was nogal, wat zal ik zeggen, ontnuchterend. Oog in oog met die geschilderde klassiekers bleek ik geen liefhebber. Ik zag de penseelstreken, de bijzondere lichtval en de fotografische details. En alles wat ik dacht was: Knap gedaan. Mijn hoofd sprak, mijn hart bleef stil. Datzelfde hart sloeg even later wel over bij een schilderij uit de vaste collectie van het museum. Merkwaardige zwarte bollen waren het, grillig verbonden tegen een witte achtergrond. In 1961 geschilderd door Atsuko Tanaka, een Japanse. Misschien ben ik geen cultuurbarbaar, maar alleen een landverrader.
2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: HOLLANDSE MEESTERS IN JAPAN
2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: HOLLANDSE MEESTERS IN JAPAN
vrijdag 16 december 2005
Voorbijgaand
Het zullen er vijftien zijn, al kan zestien ook. Ze zijn vijftien jaar. Of zestien. De dames dragen witte sportschoenen, zwarte trainingbroeken die glimmen in de zon, en erboven witte truien. Een stoere heeft de mouwen opgestroopt, de meesten vinden het daar te koud voor. En gelijk hebben ze. De schoolmeiden lopen met het drafje van joggers, in koppels achter elkaar. Hun voeten raken de grond precies tegelijk. Daar hebben ze een trucje voor dat zich al van ver aankondigt. Om beurten zingen de meiden een liedje dat het tempo aangeeft. Het is geen lullig tempo. Ik kan de coupletten niet verstaan, maar ik hoor wel dat steeds één meisje drie woorden zingt en dat ze het vierde woord met z’n allen doen. Later komen ze nog een keer langs. Het liedje zwelt aan en sterft weer weg. Verder gebeurt hier weinig.
woensdag 14 december 2005
Communicatieprobleem
Aha. Dat ze bij de helpdesk van je internetleverancier geen Engels spreken, dat je even niet weet hoe je de melding ‘Fout bij het verzenden: de verbinding met de server is onderbroken’ in het Japans vertaalt, dat je vrouw – die dat wel weet – niet thuis is en dat er net een belangrijk bericht de deur uit moet. Dus zo voelt het om buitenlander te zijn en de taal van je nieuwe thuisland onvoldoende te beheersen.
dinsdag 13 december 2005
Wachter
Als ik rechtsaf sla zie ik hem staan, aan het einde van dit straatje. De man draagt een blauw uniform. Hij heeft een witte helm op en in zijn handen ligt een feloranje staaf. Achter de man staan steigers en daar weer achter verrijst het houten geraamte van een huis. Nu ik dichterbij kom, blijkt de man de jongste niet meer. Maar zijn houding is ferm en zijn blik van ijzer. De broekspijpen zitten in zware laarzen. Ik vraag me af waar de wachter die fluorescerende stok voor denkt te gebruiken. Echt complexe verkeerssituaties hoeft hij in dit kabbelende woonwijkje niet te verwachten. Maar dan heb ik buiten deze man gerekend. Juist als ik vóór hem linksaf wil gaan, stapt hij naar voren. Hij kijkt me aan en maakt een resoluut stopteken. Ik stop. Dat lijkt me verstandig. Dan richt de man zijn blik naar de straat rechts van me en begint hij met zijn linkerarm cirkeltjes te draaien. De staaf zoeft in het rond. Uit de straat komt een mevrouw op haar fiets. Ze buigt naar de man met zijn stok en pedaalt tussen ons door. De man laat zijn armen zakken, stapt weer naar achteren en gebaart dat ik verder mag. Ik buig voor alle zekerheid ook maar even.
maandag 12 december 2005
Aziatische keuken
Een beetje Nederlandse keuken heeft vandaag de dag natuurlijk een fornuis met vijf pitten. Vier voor gewone maaltijden, één om lekker Aziatisch te wokken. Dat ze in Azië zelf ook gek zijn op wokgerechten, zal niemand verbazen. Maar ruimte voor zo’n kolossale vijfpitter biedt het gemiddelde appartement hier niet. Dus nemen veel Japanners plaats achter een gasfornuis met twee branders. Zo ook wij. Van een gasaansluiting bovenop ons aanrecht loopt een witte slang naar een gasstel met links een grote en rechts een kleinere pit. En ik kan verklappen, voor een wokmaaltijd is dat meer dan genoeg. Voor grotere gerechten halen ze hier de magnetron erbij. Of de visgrill, want die zit in veel gastoestellen standaard ingebouwd. Ik wil dus maar zeggen: wie echt Aziatisch wil koken, zaagt vandaag nog die drie overbodige pitten uit zijn keuken.
2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: ONZE TWEEPITTER IN RUSTSTAND
2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: ONZE TWEEPITTER IN RUSTSTAND
zondag 11 december 2005
Furantsu Ferudinando
Op de koptelefoon klinkt Outsiders. Ik vind dit een goed liedje en op de vijfde verdieping van een winkelpand in Kyoto denk ik er serieus over na om de cd te kopen. Het informatiebordje op de luisterpaal geeft me het laatste zetje. In katakana, het Japanse schrift voor leenwoorden, staat daarop niet alleen dat ik luister naar de cd Yu kuddo habu itto so matchi beta van Furantsu Ferudinando. Ik lees ook dat de platenzaak me het tweede liedje op de cd kan aanbevelen. Dat ik het zal herkennen van de Sony Walkman-commercial. En dat het zevende liedje een rustig liedje is. Nu ken ik dat reclamefilmpje eerlijk gezegd niet, en dat nummer zeven een ballade is heb ik net al gehoord. Maar met deze kleine blijk van hulpvaardigheid heeft de winkel me evengoed om zijn vinger gewonden. Dus hang ik de koptelefoon terug en reken ik niet lang daarna de cd af.
2 FRAGMENT: HET TWEEDE LIEDJE OP DE CD
2 FRAGMENT: HET TWEEDE LIEDJE OP DE CD
vrijdag 9 december 2005
Niks gewend
Toen halverwege de dag, eergisteren was het geloof ik, de wolken rond het Nishi-gebergte waren opgelost, bleken de hoogste toppen besneeuwd. Op sommige plekken ligt nog steeds wat. Het blijft allemaal niet te bevatten voor een Hollandse boerenpummel.
donderdag 8 december 2005
Weerpraatje
Hoe Nederlands. De dame stapt op station Oyamazaki in de trein en ploft naast me neer. Ze zal ergens in de vijftig zijn, heeft slordige krullen en een grote bril. De zon is fel. Iedereen draagt een sjaal en handschoenen. Maar in de trein wordt flink gestookt en de vrouw slaakt een zucht van behaaglijkheid. Ze wrijft er stevig bij in haar handen. Ik kijk op uit mijn aantekeningen, klaar om de uitroep van mijn buurvrouw op te vangen. Bij wijze van aanmoediging draai ik mijn hoofd in haar richting. De vrouw kijkt me aan, ze heeft een vriendelijk gezicht. En ja hoor. Kyo wa samui desu ne, zegt ze vol vuur. Wat is het koud vandaag hè. Nou hè, antwoord ik. Verder gaat onze dialoog niet, zoals dat hoort bij een gesprek over het weer. Hier kan ik even mee vooruit.
woensdag 7 december 2005
Herentoilet
Ons favoriete Japanse woonprogramma bewees zondag dat in dit land niet veel christenen wonen. Het programma is populair en wordt dus om de haverklap onderbroken door reclame. Veel van de spotjes hebben iets te maken met wonen. Zo kwam zondag in een van de filmpjes een toiletpot in beeld. Het was een fraai ding, dat moet ik toegeven. Maar het bleef een toilet. De fabrikant van de pot dacht daar anders over. Van hem mocht ik in de lijnen van zijn design-wc gerust de hand van God zien. Na een seconde of negen herinnerde hij me daar fijntjes aan met behulp van een bekend zinnetje. God is in the details, verscheen er in hoofdletters over de klep van het ding. God associëren met een toiletpot. Ik zie het Nederlandse sanitairfabrikanten nog niet doen.
2 AFGELOPEN ZONDAG OP TV: TOILETPOT
2 AFGELOPEN ZONDAG OP TV: TOILETPOT
dinsdag 6 december 2005
Sneeuwval
De weerman kondigt voor morgen plaatselijke sneeuwbuien aan. Voor kijkers in streken waar normaal gesproken geen sneeuw valt, heeft hij drie belangrijke adviezen. Ik kijk aandachtig. Ook in Nagaokakyo komt sneeuw namelijk relatief weinig voor. Er verschijnen drie vakken in beeld, in elk vak is een poppetje getekend. Het eerste poppetje draagt wanten. De weerman wijst ze aan. Als het koud is, trek dan handschoenen aan, adviseert hij. Dat vind ik een goede tip. Van poppetje twee zie ik alleen de onderbenen. Het mannetje loopt flink te glibberen, dat is duidelijk. Op een besneeuwde straat is het beter om niet met grote passen te lopen maar te schuifelen, legt de weerman uit. Aha. Van het derde poppetje zie ik niets meer dan zijn hoofd. Het getekende kereltje grijpt er met beide handen naar en zijn gezicht is van angst vertrokken. Mocht u uitglijden, bescherm dan uw hoofd, waarschuwt de weerman. Na deze raad maakt hij een buiging. Ik zet de tv uit en kruip onder het dekbed. Mij kan morgen niks gebeuren.
zondag 4 december 2005
Scènes
Akira Kurosawa schoot hier vijfenvijftig jaar geleden de film Rashomon. In deze klassieker vertellen vier betrokkenen hun versie van dezelfde verkrachting en moord. Van al dat geweld is vandaag niks te merken. Op de heuvels ten westen van Nagaokakyo is het tien graden. Het houdt net op met regenen. Twee monniken schuiven panelen van rijstpapier opzij en stappen in de zon. Ik sta in de Mikagedo-hal van de Komyoji-tempel en bekijk de jonge mannen van achteren. Ze dragen donkerblauwe gewaden met banden van oranje en hun hoofden zijn geschoren. Tussen de mannen door zie ik een houten galerij, daarachter daken van bijgebouwen en de punt van een berg. Binnen blinkt het goud van kroonluchters en het altaar. Er knielt een meisje voor. Ze buigt haar hoofd en bidt. De monniken praten wat en lachen zonder geluid. Niet vergeten om binnenkort Rashomon te huren, zeg ik tegen mezelf.
Aanvulling: Vanaf vandaag kan je klikken op Rashomon. Je komt dan uit op een kijkje achter de schermen, geschreven door Kurosawa zelf. Boeiend. Vincent, 5 december 2005.
Aanvulling: Vanaf vandaag kan je klikken op Rashomon. Je komt dan uit op een kijkje achter de schermen, geschreven door Kurosawa zelf. Boeiend. Vincent, 5 december 2005.
vrijdag 2 december 2005
Geknipt
In een vorig leven was ik tuinman in Japan. Sinds vanochtend weet ik dat zeker. Ik dacht altijd dat het vreemd was, die ziekelijke neiging van me om struiken te snoeien met de meetlat ernaast. Maar de hoveniers van Japan bewijzen dat ik niet alleen sta. Overal zie ik hier mannetjes op ladders, het hoofd in de kruin van een naald- of loofboom. Met een precisie die mijn bloed sneller doet stromen, knippen ze naalden en takken in de vorm van flarden mist. En in zomaar een tuintje hier vlakbij zag ik vanmorgen een buxushaag waar ik mijn vingers bij heb staan aflikken. Het groen was in de vorm van een wolk geknipt, en de rondingen waren zo volmaakt – het kan niet anders of iemand had ze met een passer gesnoeid. Mijn tuinspullen liggen in een doos in Nederland, maar ik overweeg ze alsnog te laten overvliegen. Ik wil meesnoeien.
donderdag 1 december 2005
Koning klant (2)
Mijn mandje is vol en ik loop naar de kassa. De mevrouw erachter is in de veertig, al is het moeilijk schatten met de dames in Japan. Ze draagt een zwarte broek, een rode zonneklep en een groene trui met het logo van de supermarkt, net als haar collega’s achter de andere kassa’s. Zodra de vrouw me ziet, draait ze zich naar me toe, vouwt ze haar handen voor haar buik en maakt ze met de ogen dicht een lichte buiging. Ze houdt haar hoofd er een beetje schuin bij. Welkom, lacht de mevrouw. Hallo, antwoord ik. Ik zet het mandje neer en de vrouw haalt de artikelen een voor een langs de scanner. Steeds als de kassa bliept, noemt ze de prijs. Als ik even later de bon en mijn wisselgeld opberg, vouwt de kassajuffrouw haar handen weer en maakt ze opnieuw een kleine buiging. Haar collega van kassa 2 doet hetzelfde. Hartelijk bedankt, zegt mijn mevrouw. Hartelijk bedankt, zegt de collega. Ik zweef weg en zou bijna vergeten de dames ook te bedanken.
Verleiding (2)
Op verzoek. (Leve de democratie van bloggersland.) Nog zo’n reclamefilmpje van Acom en Promise en één van een andere kredietboer, Lake. Mét komiek Ryo Fukawa. En nu allemaal aan de lening.
2 OOK OP TV: ACOM, PROMISE EN LAKE.
2 OOK OP TV: ACOM, PROMISE EN LAKE.