woensdag 30 november 2005

Verleiding

Een bedrijf hoeft maar een vrolijk deuntje te spelen en een blik dames open te trekken die vriendelijk naar me lachen, en het heeft me voor zich gewonnen. Ik schreef dat al eerder. Zo wil ik nu dolgraag een lening. Niet omdat ik het geld nodig heb, maar omdat de kredietmaatschappijen hier precies weten hoe ze me moeten verleiden. Ook Japan heeft zijn Frisia’s en Postkredieten. Acom, Promise en Takefuji heten ze. En net als hun Nederlandse tegenhangers bedelven ze je onder de commercials. Met één belangrijk verschil: van de Japanse filmpjes krijg ik nooit genoeg. Dat komt om te beginnen doordat ze allemaal een opgewekt liedje hebben dat zich makkelijk in mijn mannenbrein hecht. Ik kan al die wijsjes stuk voor stuk meezingen. Bovendien schittert in elk spotje een populair Japans mannenidool dat zich in zo’n filmpje minstens één keer persoonlijk tot me richt. Toon mij een bank en ik noem je zonder moeite het bijbehorende model. Die lening komt er dus, al is het maar een tientje. Ik hoop alleen dat ik kan kiezen.

2 NU OP TV: ACOM, PROMISE EN TAKEFUJI.

dinsdag 29 november 2005

Tijd verdrijven

Ze zitten langs een rivier, bovenaan de dijk. Achter de twee vriendinnen begint de grote stad. De zon schijnt en het waait. Ik zie ze in een flits als mijn trein voorbij rijdt, maar de hele verdere reis denk ik aan ze. Ik stel me voor waarover die twee praten. Wat moet ik anders. Waarschijnlijk hebben ze het over grote dingen, want het is zo’n dijk die buiten de kleine dingen van de stad ligt. Een dijk voor een persoonlijk gesprek. Is er soms iemand overleden? Ze dragen zwarte kleren. Voor hetzelfde geld heeft dat natuurlijk niks te betekenen en gaat het over hun verloofden. Over het gezin dat ze zullen stichten, hoeveel kinderen ze willen krijgen. Of juist over het avontuur van hun vrijgezellenbestaan en de wijde wereld die ze overmorgen samen in gaan. Weg uit de stad, met zijn verloofden, zijn gezinnetjes en zijn kinderen. Daar is mijn station. Ik geef het op, misschien besloten ze wel dat de lunchpauze erop zat. En gingen die twee achter mijn rug terug naar kantoor.

zondag 27 november 2005

Tafelmanieren

Wij zitten er warmpjes bij en dat danken we aan onze salontafel. Net als zo’n beetje iedereen in Japan moeten ook wij zonder centrale verwarming de winter door. Toch hoeven we op koude avonden niet te klappertanden. In het onderstel van onze woonkamertafel heeft de fabrikant namelijk een verwarmingselement gelepeld. Nu de winter zo zoetjes aan begint, hebben we dus het tafelblad van het onderstel getild, over dat geraamte een soort dekbed gehangen en daar het blad weer bovenop gelegd. Vóór het eten, lezen, dutten of televisiekijken hoeven we de komende tijd alleen de stekker in het stopcontact te prikken. En terwijl het element onder het tafelblad dan langzaam begint te gloeien, schuiven wij in kleermakerszit onder het dekbed en trekt al snel de warmte door ons lijf. Onder die salontafel van ons komen wij deze winter niet meer vandaan.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: ONZE WINTERTAFEL

zaterdag 26 november 2005

Schemerzone

Gion is de oude geishawijk van Kyoto. Vanuit elke straat heb je uitzicht op Higashiyama, de bergen ten oosten van de stad. De zon schijnt er dunnetjes op. Maar hij schijnt tenminste. De meeste pandjes in Gion zijn oud en het is donker hout wat hier de klok slaat. In het ene gebouwtje zit een club, in het andere een restaurant. En overal is het vandaag fluisterstil. Ik zie alleen witte en zandkleurige muren en verticale spijlen en ze maken me nieuwsgierig naar wat zich erachter afspeelt. Ach, misschien gebeurt er wel helemaal niks. Ergens, naast een voordeur, vind ik een torentje van zout. Niet hoger dan een paar centimeter is het. Maar ze zeggen dat het kwade geesten op een afstand houdt. Die zijn niet gek op zout, neem je dan aan.

donderdag 24 november 2005

Belastingvoordeel

Sinds een tijdje drinken we geen bier meer, maar iets wat er op lijkt. Bier is namelijk duur in Japan. Belasting heffen ze hier op basis van ingrediënten en bij mout schieten de tarieven omhoog. Daardoor is een krat met vierentwintig flesjes bier een onbetaalbare luxe en vind je in de gemiddelde supermarkt voornamelijk kartonnen met zes blikjes. Maar zelfs voor zo’n zespak betaal je op zijn minst duizend yen, ongeveer zeven euro. En dan vergaat de trek je snel. Daarom hebben de Japanse bierfabrikanten een alternatief gebrouwen dat verdraaid veel op bier lijkt en er nog naar smaakt ook. Er zit zelfs vijf procent alcohol in en het blikje kan zo doorgaan voor bierblik. Het enige verschil is, dat de fabrikanten het mout hebben vervangen door een aftreksel van erwten. Erwten ja. Daar reageren ze bij de belastingdienst veel minder gretig op en dat scheelt zomaar drie euro. Kijk, en van dat bedrag kopen we dan in een lekker Japans eettentje een glas echt bier.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: IN PLAATS VAN EEN KRATJE

woensdag 23 november 2005

Eerlijk

We hadden alleen nog een futon kaba nodig, een dekbedovertrek. Dan konden we echt de winter in. Op de site van een grote mode- en textielzaak vonden we een aardige. Hij was donkerbruin aan de ene kant en oranje aan de andere, van die kleuren waar je ’s avonds graag onder kruipt. Maar eerst nog even op Reacties klikken. Zo’n knop vind je bij veel Japanse internetwinkels. Vijf klanten vertelden over hun ervaringen met onze bruinoranje overtrek. Mooie kleuren, schreven ze allemaal. Lekker zachte stof, typte er eentje. We dachten al aan bestellen. Na één keer wassen begint de overtrek te pillen, waarschuwden twee kopers. We keken elkaar aan. Een pillende dekbedovertrek, dat wil je natuurlijk niet. We bliezen de aankoop af en in de stad scoorden we vanmiddag een andere kaba. Maar de eerlijkheid van de winkel met de bruinoranje overtrek, die zullen we niet snel vergeten. Als we weer eens iets nodig hebben, kijken we eerst daar.

dinsdag 22 november 2005

Twaalfuurtje

Het is tegen lunchtijd en er komen twee mannen de konbini binnengesloft. Ferme jongens zijn het, met donkergrijze overalls en zware schoenen. Eentje heeft zijn haar geblondeerd en draagt een oorringetje, de ander heeft een bril. En de heren hebben trek. Uit het schap pakken ze allebei een flinke bak ramen – of noedels, in goed Nederlands. De mannen rekenen af en het konbini-meisje geeft ze stokjes en servetten. Dan sloffen de twee naar een grote waterkoker aan de zijkant van de toonbank. Ze pellen het cellofaan van hun bakken en tappen water. Langzaam kringelt de zoute geur van miso door de winkel. De mannen sloffen de winkel uit, klimmen in hun busje en beginnen aan de lunch. Ze slurpen er vast bij. Dat is namelijk het leukste van ramen eten.

maandag 21 november 2005

Uitzichtloos

We denderen de brug op – de trein uit Kyoto, de passagiers en ik. Ik kijk schuin over de rivier en zie de torens van Osaka en de bergen erachter. De zon maakt hun lijnen scherp. Boven de stad zweeft een lijnvliegtuig dat zich opmaakt voor een landing. Ik kan het een tijdje volgen, want het is een brede rivier en het vliegtuig vliegt niet zo hard meer. Langzaam zakt het steeds een stukje verder. Een prachtig beeld: die bergen, de stad en dan dat logge vliegtuig. Hoe het afloopt, kan ik niet zeggen. We zijn namelijk de rivier over en dus is het gedaan met het uitzicht. Vanaf een paar meter naast het spoor zoeven nu huizen en kantoren voorbij. Balkons met witte was, gebouwen met systeemplafonds. Parkeergarages, bioscopen, muren en fabrieken. Waarschijnlijk raken de wielen van een vliegtuig ergens daarachter slippend de Japanse grond.

Aanvulling: Dit bericht stond gisteren nog in verleden tijd. Maar geef toe, de tegenwoordige is beter. Vincent, 22 november 2005.

zondag 20 november 2005

Kippenvel

Hoe kouder hoe korter, dacht ze. Dus toen de thermometer vanochtend zeven graden aanwees, trok ze haar minuscuulste rokje uit de kast. En daarin kwamen we het meisje rond lunchtijd tegen, op een zebrapad in Nagoya, niet ver van het centraal station. Met haar lichtbruine lange haren, haar sjaal van witte wol, het tasje van Louis Vuitton, een dikke kaki trui en dat ook al kaki rokje. Ik kon het bijna niet zien, zo klein was het. Ze droeg er cowboylaarzen van suède onder, met stilettohakken en kwastjes. En beenwarmers van wol. Daarboven, tussen de warmers en het rokje, rilden twee blote Japanse benen. De wind die altijd waait rond hoge gebouwen, blies er waterkoud tegenaan. Maar het meisje had daar niks van. Dit is de mode en iedereen kijkt, zei ze tegen zichzelf. Daar had ze een punt, want inderdaad: ik keek. Even maar. We moesten namelijk opschieten, anders misten we de bus naar Kyoto.

vrijdag 18 november 2005

Rampscenario

Ik had nog nooit een aardbeving meegemaakt. Op zich is dat raar, want ik las ooit dat de Japanse aarde elke vijf minuten schokt. Ik stelde me altijd veel voor bij zo’n beving. In mijn romantische hoofd zag ik schuddende beelden van mezelf terwijl ik vrouw, have en goed redde. Waarschijnlijk heb ik te veel films gezien. Wat ik me in elk geval niet voorstelde, was dat ik erbij op de wc zou zitten. Toch gebeurde dat van de week. Ik zat rustig een boekje te lezen op ons toilet toen ik ineens zachtjes de borden en glazen in onze keukenkast hoorde rinkelen. Eerlijk gezegd voelde ik niks, maar toch dacht ik meteen aan een aardbeving. Het was zover. En in een flits zag ik weer beelden van mezelf, maar nu struikelde ik met mijn broek op de enkels naar buiten. Daar was niks heldhaftigs aan, het zag er heel onhandig uit. Gelukkig bleef het bij dat gerinkel. Maar sinds deze week houd ik mijn toiletbezoeken kort. Dat lezen op de wc is me hier veel te riskant.

donderdag 17 november 2005

Ander licht

Links zie ik de zeehaven van Kobe, met water uit de Stille Oceaan. Aan de andere kant ligt het Rokko-gebergte. De heuvels zijn reusachtig maar niet steil, er staan zelfs flatgebouwen op. Tussen de haven en de bergen in, boven het industriegebied, loopt een snelweg. Hij ligt hoog boven het land, op palen, en hij is dubbeldeks: één snelweg onder en eentje boven. Ook het spoor waarop mijn trein rijdt, rust op palen. We kruisen de snelweg net, over de onderste heen en onder de bovenste door. Niemand zal beweren dat die dubbeldeksweg een mooi ding is, met al dat beton en staal. Toch kan ik hem wel waarderen. Het is zo’n gevaarte, dat het weer ontzag wekt. Er rijden nu veel vrachtwagens op, het is tegen de avondspits. En ik hoop maar dat de chauffeurs vanuit hun cabines over de wanden van de snelweg kunnen kijken. Dan zien ze hoe de zon dit stukje Japan af en toe in feloranje herfstlicht zet, tussen de wolken door. Het water in de haven, de tanks van het industrieterrein, de flats op de bergen. Het is mooie zakelijkheid.

woensdag 16 november 2005

Jawoord

Sarayu Kuroda heet ze sinds gisteren. En in een heel erg lang verslag wist het Japanse televisienieuws gisteravond onder meer te melden dat ze een strijkijzer heeft gekocht, een stofzuiger en een portemonnee met opbergvakken voor bankpasjes. En dat ze met haar kersverse echtgenoot, Toshiki Kuroda, in Tokio voorlopig in een 1LDK-appartement gaat wonen. Dat is een flat met één kamer en een grote woonkeuken. Na een dik halfuur gevuld met deze en andere belangwekkende gegevens, had ik de boodschap begrepen: de voormalige prinses gaat als burgervrouw een heel gewoon leven tegemoet.

Oerkreet

JOECHEI! IK! WOON! IN! JA! PAN!

(Zo simpel voelt dat soms ineens.)

dinsdag 15 november 2005

Bye-bye

Vrij naar Nick Cave, Babe, I’m on fire (Nocturama, 2003)

De moeder met haar pet zegt het
De vader tegen zijn zoontje
De schoolmeisjes met hun rokken
En hun dikke witte sokken zeggen
Bye-bye
Bye-bye

De tiener die gaat uitstappen
Bij het station van de Hankyu-line
De kleuter met zijn hoedje
En het meisje sms’t
Bye-bye
Bye-bye

maandag 14 november 2005

Feestdagen

Ik heb het gehoord. Het was even na half twee vanmiddag, ik liep de supermarkt binnen en hoorde het meteen. En tot het moment dat ik weer naar buiten ging, vijftien minuten later, klonk er niets anders. Op de begane grond, op de eerste verdieping, op de tweede. Het was traag als altijd; het sléépte zich werkelijk voort, lettergreep voor lettergreep. Ik werd er zelfs een beetje lamlendig van. Steeds als het was afgelopen, begon het van voren af aan. Weer dat hele, niet vooruit te branden riedeltje. Veertien november is het vandaag. En voor de eerste keer dit jaar hoorde ik Silent night. Als ze bij onze supermarkt alleen dat liedje hebben, worden het zes lange weken tot de kerst.

zondag 13 november 2005

Kleurenfoto's

12 november 2005, 12.40 uur. De Jingoji-tempel in Takao, ten noordwesten van Kyoto.
Ze hebben dikke jassen aan en een sjaal om, want het is koud hier in de bergen. Het haar van de één is kastanjebruin geverfd. De ander heeft het zwart gelaten. Ze zijn ergens achterin de twintig, maar zo blij als een kind. Rond deze tijd worden in heel Japan namelijk de bladeren van de esdoorn rood en als dan ook nog de zon erop schijnt, zoals vandaag, lijken die bomen wel in brand te staan. De twee vriendinnen rennen van de ene naar de andere esdoorn en maken voor elke rode boom een foto van elkaar. Eerst gaat de één ervoor staan en maakt de ander een foto, dan ruilen ze snel hun cameraatjes, gaat de ander voor de boom staan en maakt de één een foto. Als ze poseren, dan glimlachen ze niet, maar lachen ze hardop. Ze maken er met hun wijs- en middelvinger het V-teken bij. En verdomd: als je al die bomen ziet, met hun ranke rode blaadjes, en al die gelukkige mensen eromheen, zou je haast denken dat de vrede vandaag is neergedaald.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: TAKAO, GISTERMIDDAG

vrijdag 11 november 2005

Rondje

Vanochtend heb ik 952 yen uitgegeven en daar ga ik vanavond op drinken. Ik betaalde het bedrag namelijk van het eerste geld dat ik eigenhandig in Japan heb verdiend. Dank u wel. Ik realiseerde me dit pas nadat ik de yens had besteed, anders had ik er wel iets feestelijkers van gekocht. Nu gingen ze onder meer op aan ingrediënten voor de curry die ik vanavond in elkaar ga kokkerellen. Rundvlees, paprika, curryblokjes voor de saus. Gelukkig hadden we de aardappelen, ui, wortels en rijst al in huis. Anders waren mijn zuurverdiende centen daar ook nog aan opgegaan. Nou vind ik curry toevallig heerlijk, maar een feestmaal kan je het niet noemen. Daarom ga ik zo nog even terug naar de supermarkt. Bier kopen. Want zo doe je dat natuurlijk als echte kerel. Loonzakje binnen? Meteen opdrinken, dat geld.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: VAN MIJN EERSTE ZELFVERDIENDE GELD

donderdag 10 november 2005

Nieuw licht

De nieuwe leeslamp in onze woonkamer is een echte Japanse: een tl-bak aan het plafond. Fraai is hij niet. De lamp is een ronde schijf van wit plastic en hij heeft een doorsnee van een halve meter. Dat was de kleinste die we konden vinden. Het was ook de enige zonder nepgouden bies, bloemenpatroon of wolkjesmotief. Deze lamp heeft rondom alleen ribbels aan de zijkant, dus dat valt mee. De lamp heeft twee standen: fel en nog feller, daar kan je met een afstandsbediening uit kiezen. Het licht zelf komt van twee tl-ringen. Degene die standaard bij de lamp zaten waren wit, dus die hebben we meteen vervangen door gele. Wit tl-licht is namelijk wel erg wit. Maar wat je verder ook over onze nieuwe lamp kan zeggen, wij zijn er heel blij mee. Want de sfeer slaat weliswaar meteen dood als je hem aanzet, je kan er wel goed bij lezen. Meer mag je niet verlangen van een lamp.

woensdag 9 november 2005

Witte bril

Japan is ook niet alles hoor. Tegen zomaar iemand in de trein over het weer beginnen, of dat het allemaal wat is met de wereld, is er hier bijvoorbeeld niet bij. Ja, je kan het doen. Maar dan kan je net zo goed tegen het raam praten. Heb je een even boeiend gesprek. Een voetganger tegemoet lopen, allebei even niet weten of je elkaar links of rechts zal passeren en daar samen om lachen? Gebeurt in Japan ook zelden. Een geïrriteerde blik kan je krijgen. Of helemaal geen blik, dat is nog erger. En ga er niet van uit dat die mevrouw vlak voor je de deur openhoudt als je de winkel binnenstapt. Dat doet ze namelijk niet. De afgelopen, zeg anderhalve week had ik de buik er ineens goed van vol. Dat schijnt iedere immigrant te gebeuren na een paar maanden in zijn nieuwe thuisland. Weg roze bril, zeg maar. Die anderhalve week is voorbij en ik ben eigenlijk blij dat het is gebeurd. Mijn verwachtingen van dit land zijn nu, wat zal ik zeggen, lager gespannen. Daardoor kan ik lachen om wat Japanners niet doen. En van wat ze wel doen, geniet ik alleen maar meer. Want Japan is misschien niet alles, maar wel veel.

dinsdag 8 november 2005

Gesloten boek

In de trein een boek lezen, dat doe je natuurlijk niet alleen voor het lezen. Het is ook jezelf verkopen. Kijk mij eens lezen. Of liever nog: kijk mij eens een intelligent boek lezen. Bovendien is het een manier om een gesprek te starten. Hopen dat degene tegenover je zal zeggen: Goed boek hè, ik heb het ook gelezen. Zo niet in Japan. Lezen doen ze, de forenzende Japanners. Daar niet van. Je ziet in de trein net zo veel pocketboekjes als mobiele telefoons. Handige drukwerkjes op briefkaartformaat, dat houdt lekker vast. Maar wat de Japanse treinreizigers precies lezen, dat kun je niet zien. Om al die boekjes zit namelijk een non-descript wikkel. Een lichtbruin stuk papier met, vaak in donkerblauw, het logo van de boekenwinkel. De echte kaft zit daar zorgvuldig achter verborgen. De lezende Japanner wil blijkbaar niet dat je weet wat hij leest. Voor mijn volgende boek wil ik dus ook zo’n anonieme omslag. Zodat we zwijgend lezend tegenover elkaar kunnen zitten, mijn Japanse medereizigers en ik.

zondag 6 november 2005

Lesje leren

Net als ik denk: het gaat lekker met dat Japans, is daar de supermarkt. Izumi gaat alvast naar de aparte drogisterijafdeling, ik reken wel even af. Ik zet het winkelmandje voor de caissière neer en gooi er een geoefend Kombanwa uit. Goedenavond, een makkelijke om er in te komen. Ik leg onze bankpas in het geldbakje en zeg nonchalant dat ik daarmee wil betalen: Kado de onegaishimasu. In gedachten ben ik al thuis, dit supermarktbezoek zit er in feite op. Dan gebeurt het. Iegaajè?, vraagt de caissière. Hè? Ik leun iets voorover. Iegaajè?, vraagt ze nog een keer. Ik versta er niks van. De g klinkt als een zachte k en ze houdt de bankpas erbij omhoog. Iegaajè? Snel doorloop ik de lijstjes uit mijn lesboek. Verdorie, geen woord dat op iegaajè lijkt.

Het meisje kijkt me verwachtingsvol aan. De dames achter me in de rij ook. Ik krijg het een beetje warm. Iegaajè, ik heb geen flauw idee. Het gaajè lijkt op kai, maar dat is toch het telwoord voor verdiepingen? Zei ze eigenlijk wel gaajè? Was het misschien kado, het Japanse woord voor ‘kaart’? Dat heeft ook een lange a. Er is toch hopelijk niets mis met de bankpas? Ik lijk al lang niet meer op een man van de wereld. De blik van de caissière krijgt iets wanhopigs. Iegaajè?, probeert ze nog een keer. Ik gris de pas uit haar hand en wil naar de drogisterijafdeling rennen, maar daar is Izumi al. Iegaajè?, vraagt de caissière nu aan haar. Ja, knikt ze. De caissière haalt de pas opgelucht door de lezer. Ikkai de, spelt Izumi voor mij, de caissière zei ikkai de. Natuurlijk! Ikkai de, ‘in één keer’! Of we willen dat de supermarkt het bedrag in één keer afschrijft of in termijnen. Dat had ik moeten weten. Ik sta weer met beide benen op de grond. Als het over mijn Japans gaat, moet ik vooral geen praatjes krijgen.

zaterdag 5 november 2005

Boodschappenwagentje

Ze heeft een dochtertje van vijf en een Suzuki WagonR. Een zwarte, met spoilers. Er zitten glimmende velgen onder en de metertjes in het dashboard zijn oranje verlicht. Het ziet er allemaal niet gek uit. De vrouw parkeert vanavond behendig achteruit, op de parkeerplaats van Jumbo Supa Nakamura. Er komt J-pop uit de luidsprekers. Ze stapt uit, het dochtertje springt haar achterna. De vrouw zwaait het portier dicht en de twee lopen de supermarkt in. Het motortje van de Suzuki draait kalm door en de radio speelt. Het duurt niet lang, hooguit een minuut of zes. Maar toch. Daar is de vrouw weer, met haar dochtertje en een klein tasje boodschappen. Meer had ze niet nodig. Ze houdt het portier open en haar dochtertje klimt in de auto. Dan stapt de vrouw zelf ook in, zet ze de automaat in zijn vooruit en draait ze soepel van het parkeerterrein. Het driecilindermotortje giert. Voor de zaterdagavond is alles in huis.

vrijdag 4 november 2005

Vreemde taal (7)

Eergisteren viel bij ons het foldertje van een plaatselijke kapsalon in de bus. Faith, heet de zaak. In de folder staan fotootjes van een hippe tent. De voorgevel is van ruw hout en de kapper heeft er spreuken op laten plaatsen. Zinnen waarmee hij de voorbijganger wil inspireren. De fotootjes zijn nogal klein, dus ik kan de teksten niet goed lezen. Gelukkig heeft de kapper ze ook in de folder afgedrukt. ‘Faith hair make’, staat er. Dan, in trotse letters, komen de zinnetjes van de voorgevel. ‘It seems that it is it and only you who live seriously understand the difficulty of living.’ Aha. ‘It thinks that you who know it are a wonderful person.’ Uit de folder maak ik op dat Faith hair make een dameskapper is. Maar zelfs al zou het een herenkapper zijn, dan ging ik er voor alle zekerheid toch maar niet naar binnen.

woensdag 2 november 2005

Toplocatie

Van de bergen ten westen van Nagaokakyo zie ik de voorste het liefst. Vooral ’s ochtends. Nu de zon aan het begin van de dag lager staat, zijn de contouren extra scherp. Maar de berg erachter is spannender. Niet omdat hij hoger is. Dat weet ik trouwens niet eens zeker. Hij staat verder weg, dus de hoogte is moeilijk te schatten. Nee, het gaat om het gebouwtje dat erop staat. Meestal staat er niets op de bergen in Japan, daar zijn ze te steil voor. Ook deze heuvel is onbebouwd. Op dat gebouwtje na. Het heeft een plat dak, dus het zou een kantoor kunnen zijn. Of een onderzoekscentrum voor het een of ander. Laat in de avond zie ik er soms licht branden. Het gebouwtje is dan een stip in het donker. Op die momenten fantaseer ik graag dat ik daar zit. Bovenop die donkere berg, in dat gebouwtje, bij een leeslamp. Een mooie fantasie, vind ik zelf, waar ik op zich al erg gelukkig van word. Maar er komt een dag dat ik ga kijken wat het nu verdorie voor gebouwtje is, daar op die berg.

dinsdag 1 november 2005

Sportief

Goed, de Central League hadden ze gewonnen. Dus moesten de Hanshin Tigers uit Osaka tegen de winnaar van de Pacific League, de Lotte Marines uit Chiba. En toen verloren ze. De honkballers uit Chiba waren veel sterker en veegden de Tigers compleet van de kaart. Dat was jammer, want nu zijn de Marines kampioen. Maar de Tigers-supporters, die zijn enthousiast als altijd. Neem supermarkt Izumiya, hier in Nagaokakyo. Ons stadje ligt in de buurt van Osaka en je vindt hier veel bedrijven die de Hanshin Tigers een warm hart toedragen. Zoals die supermarkt dus. Vanaf donderdag, de dag na de beslissende wedstrijd, zouden ze drie dagen lang korting geven bij een zege van de Tigers. En hoewel ze verloren, ging het kortingsfeest gewoon door. Want een honkbalteam steunen, dat doe je hier door dik en door dun, bij pieken en bij dalen. We hebben er zaterdag maar goed van geprofiteerd. Dat Japanse honkbal, ik ben er gek op.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: ONZE SUPERMARKT, ZATERDAG