dinsdag 28 februari 2006

Makkelijker

De man van het belastingkantoor in Kyoto drukt zijn handen tegen zijn oren. Zijn pak is grijs en hij draagt er een blauwe spencer onder. In de zaal achter hem zie ik vier lange rijen tafels waaraan een stuk of zestig mannen en vrouwen zitten. Ze zijn hier om dezelfde reden als wij: de aangifte moet worden ingevuld. De man lacht verontschuldigend. Oei nee, hij spreekt geen Engels. Maar als we alvast aan tafel zes gaan zitten, komt er zo iemand bij ons. Tafel zes is bij het raam, het uitzicht is een parkeergarage. Door de zaal lopen tien mannen met gele jassen en een van hen komt naast ons staan. Hij is een vriendelijke jongen die stap voor stap op de hokjes wijst die we moeten invullen. Na precies vijfenveertig minuten noteren we onder de streep het eindbedrag en kijken we hoopvol naar de jongen van de belastingdienst. Hij glimlacht en knikt. Zien we die balie? Als we onze aangifte daar inleveren, kunnen we naar huis.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: DE PAPIEREN AANGIFTE

zaterdag 25 februari 2006

Woon-werkverkeer

We staan voor het pand van mijn nieuwe werkgever, in het centrum van Kyoto. Het licht springt op groen. Acht uur drieëntwintig, zegt Izumi’s horloge, en we beginnen te lopen: eerst een drukke weg over en dan almaar rechtdoor. We zien huisjes van voor de oorlog die eruitzien alsof ze gisteren zijn gebouwd, wandelen langs een appartementengebouw waar een Peugeot cabriolet en een Volvo voor staan. Hier steken we een weg over met zes banen en een benzinestation. Een man laat zijn scooter volgooien. Er komen grauwe constructies uit de jaren zeventig voorbij en een straat vol restaurantjes met lampionnen. Dan lopen we onder een flat door. En ineens staan we in een straat met eengezinswoningen, een parkeergarage en een klein appartementencomplex. Het is gebouwd in 1984. Acht uur achtendertig: dat is vijftien minuten lopen. Moet je nagaan als je de fiets pakt!, zeggen we. We kijken naar het appartement op de zesde verdieping, de bovenste. Het licht in de slaapkamer brandt. Eind maart mogen we binnen kijken en dan zullen we beslissen.

vrijdag 24 februari 2006

Vermaak

- Kijkers! Haha, ik sta hier op locatie, want vandaag ben ik weer op zoek gegaan naar een arme Japanner. En ik heb er eentje gevonden, haha. Hallo mijnheer.
- Eh, hallo.
- Je bent tweeënzestig jaar hè. Zeg eens, hoeveel, haha, hoeveel heb je precies verdiend afgelopen jaar?
- Eh, niets.
- Hahaha! Niets, zegt hij! [studiopubliek lacht] Haha! Heb je soms geen werk?
- Eh, ja, ik heb een ryokan, een Japanse herberg.
- Toe maar, haha. En hoe komt het dan dat je niets hebt verdiend?
- Ik heb een verschrikkelijke brand gehad. De ryokan was niet meer te redden.
- Hahaha! Een brand! [publiek lacht] Zijn hele herberg, kijkers: in vlammen opgegaan. Haha!
- Het was een nachtmerrie. Er is niets meer van over.
- Hahaha! Nou, mogen we eens kijken?
- Eh, ja, loopt u maar mee.

- Eh, kijk, hier is het. Alleen de treden naar de ingang zijn er nog, en de fundering. Die zijn van beton.
- Hahaha! [publiek lacht] Dit was jouw ryokan? Dit? Hahaha! Man, alles is weg! Kijk mensen, er is niks meer.
- Eh, ja. Ik ben alles kwijt.
- Nou, alles. Hier, het opstapje naar de ingang is er nog. Hahaha! [publiek lacht]
- Eh, ja, dat is er nog.
- Waar of niet, hahaha! Kijk, ik stap er even op. Hahaha! [publiek lacht] Zie je? Maar zeg, heb je geen foto van de brand?
- Eh, ja.
- Ga die dan maar gauw halen, haha. Dat willen we wel eens zien. Hahaha! [publiek lacht]

- Eh, nou, dit is hem. Het was een heel erge brand, zoals u ziet.
- Hahaha! Mensen, moet je kijken: de vlammen slaan eruit! Hahaha! [publiek lacht]
- Nou, eh… het was niet leuk zo hoor.
- Niet leuk? Het is om te gillen! Hahaha! [publiek lacht]

Knip, uit die tv.

woensdag 22 februari 2006

Schokkend (2)

Het huis schudt zo hevig dat de gordijnen langs de ramen zwaaien en de tafel wild over de vloer schuift. Het was nog kalm begonnen: 2,4 op de schaal van Richter. Maar nu staat de teller op 4,3 en gaat het er woest aan toe. De lamp boven de tafel slingert angstaanjagend heen en weer en kijk, daar glijdt een plant voorbij. Gelukkig kan dit huis wel een stootje hebben. En gelukkig is het maar een reclamefilm. Van PanaHome, om precies te zijn. Inderdaad: dat is Pana van Panasonic, de maker van cd-spelers en tv-toestellen. Maar van huizen bouwen weten ze dus ook. En hoe; ik zit bevend voor de tv. En na deze dertig seconden hoop ik maar dat ons appartement ook van PanaHome is.

2 NU OP TV: PANAHOME (BREEDBAND/SMALBAND)

dinsdag 21 februari 2006

Koning klant (5)

We stappen op de derde verdieping uit de lift, de kaartjes voor Wooku za rain in de hand. Of Walk the line, zoals de makers de film noemen. Voor de ingang van de zaal staat een handvol andere bezoekers en iedereen kijkt geduldig naar het meisje dat de toegang blokkeert. We gaan maar bij ze staan. Het meisje draagt een blouse en een broek in de kleuren van de bioscoop, een bril met een fijn montuur en een glimlach die het wachten leuker maakt. Dan spreekt ze. Ze heet ons allemaal van harte welkom, vertelt dat we zo meteen naar Walk the line gaan kijken, dat we zelf mogen kiezen waar we gaan zitten en dat ze nu de nummers van de kaartjes zal opnoemen. Als ze de helft van kaartje 54 afscheurt, wenst ze me veel plezier en daar bedank ik haar voor. Tweeënhalf uur later zien we het meisje weer. Nu staat ze achter een roltafeltje waarop ze koffiebekers verzamelt. Geef maar hier hoor, zegt ze sprankelend en ze maakt onze avond compleet.

maandag 20 februari 2006

Schokkend

Ik leg ik mijn boek neer in Nagoya en de grond begint te trillen. Ik luister of er misschien een vrachtwagen langsrijdt. Niks. Nu klapperen ook zachtjes de schuifpanelen naar de gang. Zou de koffie rimpelen, zoals op tv? Ik heb mijn koffie net op, dat zal je altijd zien. Het huis beeft nu zeker vier seconden. Ik kijk naar Izumi, haar blik is kalm maar ze luistert aandachtig. Een aardbeving?, vraag ik zacht. De vloer houdt op met trillen. Izumi draait haar hoofd richting keuken. Ma, was dat een aardbeving denk je? Ik geloof van wel hè, roept haar moeder terug. Izumi zet de tv aan. Daar is een praatprogramma aan de gang. Na tien seconden verschijnt linksboven een mededeling in beeld. Om 4.21 p.m. heeft zich in de prefectuur Gifu een aardbeving voorgedaan van 4,3 op de schaal van Richter. Dat is zestig, zeventig kilometer naar het noordwesten. Izumi schakelt de tv uit, in de keuken snijdt haar moeder een ui. Tja, dan pak ik mijn boek maar weer op.

zondag 19 februari 2006

Doorlezen

De laatste keer dat ik zo lang aan één stuk las, was begin deze eeuw. Ik zat die ochtend niet minder dan drie uur in onze tuin in Utrecht en stond alleen op om binnen koffie bij te schenken. Vanochtend was ik net zo lang van de wereld. Izumi ontruimde haar oude kamertje boven de viskoekjesfabriek van haar ouders, die volgende maand na zestig jaar onder de sloophamer gaat. In de woonkamer van het huis ertegenover zat ik; mijn gat op de grond, mijn benen onder tafel. En ik las. Pagina voor pagina volgde ik Ka, de hoofdpersoon in Snow van de Turkse schrijver Orhan Pamuk. Het feest duurde 180 minuten. Toen was ik op en sloeg ik het boek dicht, weg uit winters Turkije. Ik wreef in mijn ogen, knipperde een paar keer en rook de geur van miso; ik was terug in Japan. Daar zette Izumi’s moeder een kom dampende noedelsoep op tafel. Schuldig maar gelukkig, zo voelde ik me.

woensdag 15 februari 2006

Verplichte kost

Ik kreeg van Izumi een lieve kaart met kersenbloesems en een doosje met chocolade. Izumi zelf kreeg niks, want zo ben ik: een man van tradities. En in Japan is het nu eenmaal de gewoonte dat op Valentijnsdag alleen vrouwen iets geven. Op de barentain-afdeling van het warenhuis drommen ze samen rond de duurste chocolaatjes van Europa en Japan en daarna begint het strooien. Hun geliefden, verloofden of echtgenoten, hun bazen en collega’s en verder iedere jongen of man die iets heeft gedaan om hun leven leuker te maken – allemaal krijgen ze een pakketje met chocola. Giri choko, noemen ze die hier: verplichte chocola. Maar verplicht of niet, bij de blokjes van Izumi heb ik gisteravond mijn vingers afgelikt. Helemaal omdat ik wist dat mijn beurt nog komt. Op 14 maart is het White day en dan mogen de mannen van Japan het warenhuis in. Ik ga vast sparen.

dinsdag 14 februari 2006

Thuis best

De eerste plattegrond die de makelaar op tafel legde, beviel ons meteen. Het appartement was kleiner dan wat we nu hebben, maar ja, dan zat je wel in Kyoto. Bus en trein om de hoek, tien minuten per fiets naar Izumi’s werk, een paar minuten lopen naar dat van mij en in een wip in hartje centrum. We keken nog eens naar de kaart. Op het oosten zagen we entree en badkamer, in het midden een ruime keuken (dan kunnen we hier mooi onze bureaus neerzetten en de eettafel kan daar) en twee kamers met balkon op het westen. De flat was nog vrij nieuw ook en kijk: ramen op het zuiden. Weet je wat, we gingen er meteen op af. We liepen vijf minuten, sloegen rechtsaf en ja hoor, daar had je het appartementengebouwtje. En daar had je ook ons uitzicht vanaf het balkon en vanuit de ramen op het zuiden: twee kolossale appartementencomplexen, hooguit vier meter verwijderd van ons flatje. We keken elkaar aan. Iets later hieven we een pul bier op onze lichte etage in Nagaokakyo en op de bergen daar niet ver vandaan.

maandag 13 februari 2006

Hopeloos

Van een mooie reclamefilm kan ik best genieten. Wat dat betreft zit ik dus in het verkeerde land. Veel commercials in Japan zijn namelijk schreeuwerig, slecht gemaakt of volstrekt onbegrijpelijk. Toen er laatst voor de verandering een ingetogen, aardig gefilmd en redelijk te volgen filmpje leek te beginnen, ging ik er dan ook goed voor zitten. Het was van een verzekeringsmaatschappij. En het ging er kabbelend aan toe, met een vriendelijke adviseuse, blije mensen en een warme commentaarstem. De beelden waren zacht en de muziek was vriendelijk. Ja, je kan gerust stellen dat ik een goed gevoel kreeg van de film. Totdat de laatste seconde aanbrak. Ineens, zomaar vanuit het niks, zette de voice-over de stem van Donald Duck op en kwaakte hij de naam van de verzekeringsmaatschappij onze kamer in. In diezelfde seconde liet ik de hoop varen dat ik dit land ooit helemaal zal begrijpen.

2 NU OP TV: AFLAC

donderdag 9 februari 2006

Vreemde taal (9)

Als ik Izumi in het Japans mijn vrouw noem, dan zwaait er wat. Dat zegt niks over de staat van ons huwelijk, maar komt doordat het formele Japanse woord voor ‘mijn vrouw’ kanai is. En dat betekent letterlijk ‘in huis’. Terwijl Izumi toch echt elke dag naar kantoor gaat. Om de een of andere reden noemt Izumi mij meestal wel haar shujin, ook al staat dat voor ‘meester’ of ‘hoofd van het huishouden’. Die eerste betekenis, daar zie ik wel wat in, als echte kerel. Maar ik vrees dat alleen de tweede klopt. Want degene die hier elke dag met stofzuiger en poetsdoek door het huis gaat, dat ben ik. Izumi’s huishouder.

woensdag 8 februari 2006

Mentaliteit

Hier regende het, verderop sneeuwde het, het was donker, hartje avondspits en mijn trein had vijf minuten vertraging. Vijf minuten. Dat ik dat nog eens mee mocht maken. De trein ervoor en erna waren trouwens ook later, de ene vier minuten, de andere vijf. Dat stond op het bord boven perron 3 en klonk uit de luidsprekers van het station. Ik keek om me heen. Geen van de mannen en vrouwen zuchtte, greep naar de mobiele telefoon of keek geërgerd om zich heen. Wel verontschuldigde de conducteur zich even later in zijn beleefdste Japans voor enig ongemak als gevolg van de vertraging.

dinsdag 7 februari 2006

Avondeten

Het is bijna middernacht en ik hoor een doedelzak. Het huis is donker, ik lig in mijn futon. De doedelzak speelt een geheimzinnige melodie waarvan sommige tonen heel lang worden aangehouden. En hij komt langzaam dichterbij. Ik fluister Izumi’s naam en vraag haar wat dat is, die doedelzak. Die doedelzak is een charumera, zegt ze geeuwend, een soort houten fluit. Hij is van de yonaki-soba. Dat is een mooie naam, yonaki-soba. Yo komt van yoru, ‘nacht’, naki is ‘roep’ en soba heet in Nederland noedelsoep. Een soep die roept in de nacht, je zou er trek van krijgen. Al eeuwen reizen de mannen van de yonaki-soba ’s nachts door de straten van Japan met een kar vol noedelsoep. En al eeuwen komen Japanners met een kom in de hand uit hun huizen gekropen. Ik zie het voor me. Hoe ze van hun ene been op het andere springen tegen de kou. En hoe de man van de yonaki-soba hun kommen volgiet, de damp slaat er vanaf. Welterusten, zeg ik, maar naast me blijft het stil. En de charumera, die zakt langzaam weg.

zondag 5 februari 2006

Natuurfilm

Nu steekt boven de bergrand het donkere geel van de schemer uit. De bergen zelf zijn donkergroen, nog net niet zwart. Wat een rust. Gisterochtend was dat wel even anders. Ook al begon het goed. De zon scheen met de kracht die je van de lente kent, het groen op de bergen was fel en ik kon de takken tellen, zo helder was de lucht. Toen, ineens, in een paar minuten tijd, gleed vanachter de bergen een schaduw over Nagaokakyo die het stadje grijs kleurde. Er stak een wind op. En de wind werd een storm en het begon te sneeuwen, zomaar hard te sneeuwen. Witte sluiers trokken over de bergen, opgezwiept door de wind. De ramen klapperden, de vlokken joegen door de straat. En de bergen, ja die moesten daar ergens staan. Maar achter de vlokken was het alleen nog maar grijs, er was niet eens een schim van een heuvel te zien. Het duurde misschien een halfuur. Toen was de storm verdwenen, de hemel blauw en de zon terug. De aftiteling dacht ik er zelf bij.

zaterdag 4 februari 2006

Koning klant (4)

We stapten het kantoor van de huurmakelaar binnen. Het was zondagavond half zes en de ruimte was felverlicht. In het midden van het kantoor stonden archiefkasten en rechts, in een L-vorm eromheen, een rij tafels. Achter een ervan zat een Japanse dertiger met een donkergrijs pak, het was bijna zwart. De man sprong op, boog en riep een kort en krachtig Irasshaimase! Welkom! Aan het andere eind van de kamer, vanachter een scherm, sprongen onmiddellijk nog drie mannen tevoorschijn. Irasshaimase! Ze hadden net zo’n stem, en hetzelfde pak. De jongste van de mannen rende terug achter het scherm en de dertiger gebaarde buigend naar de stoelen tegenover hem. We gingen zitten. Op tafel, onder plexiglas, lag het centrum van Kyoto. Links stond een plat computerscherm met de plattegrond van een appartement. De jonge collega kwam weer vanachter het scherm gedraafd, in elke hand een schotel met een kopje. Groene thee. Het betaalbare huurappartement van onze dromen hadden ze trouwens niet. Niet op dit moment, mevrouw meneer. Gelukkig hebben we geen haast.