woensdag 26 april 2006

Goden verzoeken

24 april, 10.20 uur. Het zuiden van Nagoya.
Waar ik nu zit, rolden sinds de oorlog viskoekjes van de band. Het waren beste koekjes. Maar de vader en moeder van Izumi vonden het welletjes en vorige maand schoven ze de deuren van de familiefabriek definitief dicht. Nu is het dertig dagen later. De fabriek is weg en het omgespitte terrein is klaar voor de appartementen die mijn schoonouders gaan verhuren. En ik zit in een tent. Samen met Izumi, haar familie, de bankier en de huizenbouwer kijk ik naar de rug van de priester. De man met de zwarte hoed staat voor een altaar vol fruit, sake en bamboescheuten en hij vraagt de goden van Japan of de grond alstublieft vrij kan blijven van ellende. Boven zijn hoofd hangt het logo van de bouwonderneming. De priester is nog niet uitgesproken of het tentdoek begint te klapperen en de bamboetakken om ons heen wuiven en ritselen zo wild, dat ik ervan ril. Maar niemand kijkt bezorgd, dus het is vast een goed teken. Of gewoon de wind.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: NAGOYA, EERGISTEREN

zaterdag 22 april 2006

Warm welkom

Ik geloof in voortekenen. Vooral als ik denk dat ze goed zijn, zoals vanochtend. Met een bos verse huissleutels komen we aan in Kyoto, we wandelen linksaf naar de koffieshop en op een bord voor de deur staat de koffie van de dag: dachimensu kohi, Japans voor Dutchman’s coffee. Kijk, dat is de bevestiging die je nodig hebt als je voor het eerst naar je nieuwe flat gaat. Tien minuten later staan we op zes hoog voor het keukenraam, ik heb het opengeschoven. De stad gonst, gebouwen steken in de lucht, de zon wil niet schijnen, maar het is zacht en in het westen liggen de bergen. Ze zijn een beetje blauw. Ik leg mijn arm op de schouder van Izumi (het is allemaal niet niks) en we nemen een slok koffie. Dutchman’s coffee – als het geen goed voorteken is, dan is het in elk geval een warm welkom.

donderdag 20 april 2006

Andere tijden

Hiernaast, onder de kop Plus… en minder, stipte ik het pas kort aan: de economie van Japan groeit weer, maar niet voor iedereen. Als je hier klikt, verschijnt over de Japanse scheefgroei een artikel uit The Japan Times op je scherm. Boeiende kost over een veranderend land.

Lentesneeuw

Het sneeuwt. Ik fiets met nogal een vaartje over het asfalt en de vlokken dwarrelen op. En als ik even later onder de bomen langs het water loop, vallen ze op mijn hoofd en moet ik ze van mijn schouders vegen. Lentesneeuw, zo noemen ze die vlokken hier wel eens: de blaadjes van de kersenbloesem. Ze zijn nog steeds heel wit, maar de tak waaraan ze hingen, die hebben ze losgelaten. Ze moesten wel. Met elke zucht wind waait er weer een vlaag de bomen uit. Als ze ronddraaien door de lucht, schittert de zon erop en zijn het net kristallen. Dan vallen ze en waaien ze tegen de stoeprand op. Hopen witte bloemblaadjes liggen hier langs de weg. En ik vind ze daar bijna mooier dan aan een boom.

dinsdag 18 april 2006

Even niet

Het ruikt naar de zon op nieuw asfalt en waar ik loop is het stil. Even maar, want straks wordt er weer gewerkt. Voor een muurtje staat een huishoudtrap, half op een strooien mat, en over de muur hangt een den met korte naalden. Hier en daar zijn de naalden zelfs helemaal weg. Nou ja, weg: ze liggen op die strooien mat – precies erop, geen naald ernaast. De snoeier zelf is wel weg. Die is naar binnen denk ik, want het tuinhek naast de trap staat open. Ik kijk op mijn horloge en zie de man voor me: aan de keukentafel zit hij, een beetje schuin. Eerst plukt hij met stokjes in zijn rijst, daarna slurpt hij een kommetje misosoep met zeewier leeg. Zijn vissershoedje heeft hij nog op, hij gaat zo toch weer naar buiten. Als ik later opnieuw langskom, staat er nog steeds niemand op de huishoudtrap. Misschien heeft de snoeier wel een tweede keer opgeschept, zo lekker is die misosoep.

zondag 16 april 2006

Geen strobreed

De verhuizer afbellen, ons sleutelgeld terugvragen, op zoek gaan naar een andere flat; ik liep het lijstje al af. We lazen nog een keer het bericht op het scherm. Van de huurmakelaar, aan ons. De eigenaar van het appartementje waar we eind deze maand zouden intrekken, had besloten de tatamimatten op de vloer te vervangen door laminaat. De Japanse kamers werden westerse kamers, precies zoals steeds meer jonge Japanners het graag zien. Maar wij zijn geen jonge Japanners. Voor ons waren die matten misschien niet de enige reden om ja te zeggen tegen het appartementje, maar wel een belangrijke. Als de flat geen tatami had gehad, waren we niet eens gaan kijken. Het spul ziet er schitterend uit, zit lekker en is een Japanse traditie waar niks mis mee is. Iets van die strekking typten we dan ook in een berichtje terug. Een dag later kregen we antwoord. Begrijpen deed de huiseigenaar het niet – wie wil er nog Japanse kamers? – maar hij zou de matten laten liggen. Plop. Het lijstje verdween en wij maakten een dansje. En als we straks de sleutel krijgen, gaan we eerst heel erg op die tatamimatten zitten.

donderdag 13 april 2006

Van geluk

Zomaar ineens had ik zin in Doe Maar. In Sinds 1 dag of 2, om precies te zijn. Kwam het toch nog mooi uit dat ik vorig jaar Doe Maar… De beste op de boot naar Japan had gezet. Ik legde de cd in de speler, gaf de volumeknop een tik en om kwart over tien dinsdagochtend schalde door Nagaokakyo de zachte g van Henny Vrienten. En ik zong vanachter de keukentafel heel hard mee. Maar verdomd, ter hoogte van Belle Hélène kreeg ik problemen met slikken. Bij Is dit alles begonnen mijn mondhoeken te trillen. En met De bom kwamen de tranen. Het waren zware tranen, want er zat nogal wat in. Mijn kamer van toen ik tien was bijvoorbeeld, en Virus draaide. Of nee, 4us. Mensen die ik kende toen ik twintig was, en dan vooral het meisje dat bij Belle Hélène hoorde. Maar wat daar nog het meest in die vette druppels dreef, dat was Nederland: ik snotterde om mijn wortels. Toch was ik niet verdrietig, want ik glimlachte er tevreden bij. Ik zat daar aan die tafel potverdorie ongegeneerd van twee landen te houden.

zondag 9 april 2006

Kijken

8 april 2006, 12.09 uur. De Seven-Eleven tegenover het National Museum of Modern Art, Kyoto.
Het is moeilijk kiezen, maar ze nemen er de tijd voor. Want hanami is leuk, maar eten is voor Japanners nog belangrijker. Kersenbloesems kijken doen ze daarom op een zeiltje, onder een hemel van witte bloemetjes, met op schoot een warme maaltijd. De man en de vrouw voor me zijn zover nog niet. Pensioengerechtigd zijn ze wel. Ze dragen hetzelfde witte hoedje, dezelfde zwarte rugzak en een overhemd met opgerolde mouwen, zo eentje waarin je alleen wandelaars tegenkomt. En in de konbini tillen ze de zoveelste kant-en-klare lunch uit het schap. Nu is het kip teriyaki met rijst, kipgehakt en roerei – precies degene die wij ook willen, maar de zestigers blokkeren het schap. Samen staren ze door het cellofaan, dan schudden ze het hoofd, leggen ze de doos weer terug en bestuderen ze de rest van het assortiment. Deze? De man wijst naar een andere doos, helemaal links. Zijn vrouw knikt van Laat eens zien, en kijkt over zijn schouder. Mooi zo: rechts van haar trekken we vlug onze kip teriyaki van de plank en iets later lopen we de deur uit. Ik kijk nog één keer naar het schap met de lunchdozen. Daar staan nog steeds de twee witte hoedjes. Ik zie ze schudden.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: KYOTO, DIT WEEKEND

Aanvulling: Vanaf nu met nog meer beelden! Klik op ‘Meer dan duizend woorden’. Vincent, 10 april 2006.

zaterdag 8 april 2006

Tegenstrevers (2)

Ze zijn eruit. De leden van de liberale Democratische Partij van Japan hebben Ichiro Ozawa aangewezen als hun nieuwe voorman. De milde lach van tegenkandidaat Naoto Kan, donderdagavond op tv, heeft dus niks opgeleverd. Mogen we hiervan leren dat Rutte minder moet lachen?

vrijdag 7 april 2006

We kunnen

Ik ben net naar het postkantoor geweest en zag onderweg dat de kersenbloesems klaar zijn voor hanami, het bloemkijkfeest. Kyoto, we komen eraan!

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: NAGAOKAKYO, ZOJUIST

Tegenstrevers

Rutte en Verdonk heten hier Kan en Ozawa. Een van deze heren wordt vandaag gekozen tot leider van de Democratische Partij van Japan, de belangrijkste – liberale – oppositiepartij. De eerste kandidaat bleek gisteravond op tv een goedlachse man, de tweede is nogal van de achterkamertjespolitiek. Kan krijgt vooral kromme tenen van het buitenlandbeleid van de regerende liberalen van premier Koizumi: te veel gericht op Amerika en te weinig op de buurlanden. Van Ozawa mag de pacifistische grondwet van Japan best op de schop, in ruil voor de vrijheid van militair machtsvertoon. Net als in Nederland zou ik ook hier de voorkeur geven aan de goedlachse kandidaat, gesteld dat ik ooit in mijn leven voor een liberaal zou kiezen. Eén verschilletje met mijn vaderland: over het vreemdelingenbeleid hoor je hier niemand. Terwijl ik daarover als allochtoon nou juist meer zou willen weten.

woensdag 5 april 2006

Niet mis

Kijk, zo kan je nog eens een metro missen. Het is avondspits in Osaka. Ik ga de tourniquets door, wandel de trap af naar het perron van de Midosuji-lijn en zie onder het plafond door dat mijn metro al klaarstaat. Weet je wat, ik zet er meteen de pas in. Maar die pas van mij is een pas van niks; precies als ik het perron opstap, schuiven de deuren dicht en gaat mijn metro ervandoor. En dat is nu het leuke van de Japanse spits: je trein missen is hier geen reden tot gestampvoet. Want terwijl rechts de laatste wagon in de tunnel verdwijnt, begint het bord boven het perron te knipperen: De volgende trein komt eraan. En het is nog waar ook – ik kijk naar links en daar glijdt de volgende metro het station binnen. Iets later stap ik in en hoop ik op een toerist die heeft gezien hoe ik dat verdorie deed: de metro missen en kalm blijven. Als een behendige inwoner van Japan.

dinsdag 4 april 2006

Groep

Een Japanse man heeft een meisje verkracht, met een groep ook nog. Het is van een onvergeeflijkheid, daar kan geen sorry tegenop. Toch kwam dat excuus er. Op tv zagen we een rijtje mannen achter een tafel opstaan en vol schuldbesef het hoofd buigen, voor het oog van horden flitsende camera’s. Het waren herkenbare scènes, van de soort die wel eens doorsijpelt naar Nederland en die bijdraagt aan het Japan-beeld van ons westerlingen. Toch was ik verrast. De verdachte zelf stond er namelijk niet tussen: de mannen waren zijn bazen. En daar keek ik van op, een werkgever die excuses aanbiedt voor de misstap van zijn werknemer. Vooruit, de man was televisieverslaggever en zijn bazen runnen een zender. Maar ook bij sectoren die minder in het oog springen is deze vorm van verantwoordelijkheidsgevoel eerder regel dan uitzondering, zo laat ik me vertellen. Als dat echt zo is, zegt het veel over de rol van de werkkring in dit land. Al zal dat het meisje in kwestie vast een zorg wezen, waar welk verantwoordelijkheidsgevoel dan ook iets over zegt.

zondag 2 april 2006

Dageraad

Gisteren zagen we dat we zaterdag maar beter vroeg kunnen opstaan. Het idee is om die dag wat te slenteren onder de kersenbloesems langs het filosofenpad, in het noordoosten van Kyoto. De Japanse filosoof Kitaro Nishida sjokte rond 1900 elke ochtend over dat stenen laantje en ik kan me goed voorstellen waarom. Het mansbrede wandelgangetje ligt ver buiten de drukte van het stadscentrum langs een kanaaltje met kabbelend bergwater en in zo’n omgeving is het lekker filosoferen. Normaal gesproken dan. Want nu de bloesems bloeien, is het gedaan met de rust. Vanachter een kop koffie hadden we gistermiddag uitzicht op het stadsbusplein voor het centraal station van Kyoto. En we zagen de bussen naar Ginkakuji, de zilveren tempel aan het eind van het filosofenpad. Elke paar minuten reed er eentje langs, zuchtend onder een lading toeristen die me deed denken aan de rijen van de Efteling. We spraken meteen af om het filosofenpad komende zaterdag in alle vroegte op te zoeken – in de wijze voetsporen van Nishida.