Goden verzoeken
Waar ik nu zit, rolden sinds de oorlog viskoekjes van de band. Het waren beste koekjes. Maar de vader en moeder van Izumi vonden het welletjes en vorige maand schoven ze de deuren van de familiefabriek definitief dicht. Nu is het dertig dagen later. De fabriek is weg en het omgespitte terrein is klaar voor de appartementen die mijn schoonouders gaan verhuren. En ik zit in een tent. Samen met Izumi, haar familie, de bankier en de huizenbouwer kijk ik naar de rug van de priester. De man met de zwarte hoed staat voor een altaar vol fruit, sake en bamboescheuten en hij vraagt de goden van Japan of de grond alstublieft vrij kan blijven van ellende. Boven zijn hoofd hangt het logo van de bouwonderneming. De priester is nog niet uitgesproken of het tentdoek begint te klapperen en de bamboetakken om ons heen wuiven en ritselen zo wild, dat ik ervan ril. Maar niemand kijkt bezorgd, dus het is vast een goed teken. Of gewoon de wind.
2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: NAGOYA, EERGISTEREN