donderdag 31 augustus 2006

Straattaal (3)

Een vuilniszak vertelt me dagelijks dat we ons huisvuil nog maar in één soort zak mogen proppen: een dure, doorzichtige zak, verstrekt door de gemeente Kyoto. De pratende vuilniszak staat op posters op elke straathoek van de stad. En bij die goedlachse zak blijft het niet. Als ik gek was op poppetjes, zou ik hier de tijd van mijn leven hebben. In konbini, aan muren, op vrachtwagens, verpakkingen en tv – overal in Japan springen, huppelen en zwaaien de karakters me tegemoet. Overal zie ik beertjes, honden, katten en giraffen of zelfs hele mensenfamilies, met een getekende glimlach van oor tot oor. Op de dag dat ik naar ze teruglach, op die dag pak ik mijn koffers en vlucht ik naar Nederland.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: OVERAL IN JAPAN

vrijdag 25 augustus 2006

21.16 uur

Het station van Osaka ligt vlak achter me, en daar is het water al. Breed water met dansend licht van de torens erboven. Geel, rood, blauw, schijnt het. Vier meiden met zonnebrillen gillen op het balkon. Een maand terug, in een zomernacht, zag ik haar van boven – een stad van over de horizon tot voorbij de rand van het vliegtuigraam. Kangofun, o-sake o sukoshi nonde wa ikemasen ka?, vraagt het boek op mijn schoot. Zuster, mag ik een klein beetje sake drinken? De trein schudt op een wissel, de meiden zwalken en schreeuwen. Mada dame desu yo, zegt ze. Nee, nog niet. Heb nog even geduld. Op het volgende station rennen blauwe mannen binnen. Police. De mannen grijpen, de meiden spartelen, de conducteur buigt naar ons. En dan heb ik nog geen druppel gedronken.

donderdag 17 augustus 2006

Vuurproef

Integreren is nog een hele klus. Neem gisteren. Twaalfhonderd jaar geleden ontstak een monnik in Kyoto een vuur in de vorm van dai, het Japanse karakter voor ‘groot’. Was het toen om de pest te verjagen, nu markeren de vuren rond de stad het einde van o-bon. Dus heeft tegen achten heel Kyoto zich verzameld aan de Kamo. De bruggen boven de rivier zuchten onder de kijkers, alle ogen zijn gericht op het oosten. Ik lepel me met Izumi tussen mijn stadsgenoten en wacht af – in het donker, aan de oever. En het duurt even, maar verdomd: op de helling van de Nyoigatake laait een reusachtig vuur op. Kyoto klapt en oooh’t, wij schroeven een wijnfles open en gaan er goed voor zitten. Dan staat de eerste Japanner op. En daar gaat nummer twee. En drie. En hooguit vijftien minuten later zitten langs de Kamo alleen nog buitenlanders. Dai smeult lang na, de nacht is warm en de wijn is best. Maar voor ons inburgeringsexamen zijn we allemaal gezakt.

zaterdag 12 augustus 2006

Toegift

Vanuit de bus, ergens tussen Kyoto en Nagoya, zag ik blauwe bergen en daarvóór Japanse daken – één grote belofte van kalligraferende penselen en samoerai in kleermakerszit. Dat soort kinderlijke droombeelden houdt me aan dit land gekluisterd, ik geef het toe.

vrijdag 11 augustus 2006

Functioneel

Meestal kies ik Dakara, een drankje met calcium en magnesium. Dat is lekker fris, klinkt gezond en in de hitte van Japan red ik het met zo’n flesje precies tot de volgende straathoek, waar een vers exemplaar op me wacht. Want dat is het mooie van dit land: op elke vrije vierkante meter staat een drankautomaat. En zo komen we de zomer door, mijn landgenoten en ik. Als de Japanse zon het vocht uit onze lijven brandt, slepen we ons van automaat naar automaat. Eén munt van honderd yen, dan nog twee van tien, en de verkoeling klettert naar beneden. Fraai zijn ze niet, die automaten, maar zo werkt dat hier – nut gaat boven vorm. Als de nood aan de man is, heeft het oog in Japan niks te willen.

2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: OP ELKE STRAATHOEK

dinsdag 1 augustus 2006

Inburgeraars

Het straatje is niet breder dan een taxi. En in het straatje staat een taxi. Dus wacht ik, op mijn fiets in Kyoto.

Arigato gozaimasu, komt het vanaf de achterbank: bedankt. Uit de wagen stapt een Afro-Amerikaan. Hij loopt achter de taxi langs en buigt naar me met een lach.

Shitsurei shimashita, zegt de zwarte man in vloeiend Japans: excuses voor het oponthoud.

Iie, zegt de bleke man op de fiets ook best soepel: geen probleem. En hij buigt terug.

Gekker dan dit moet het niet worden.