Binnenpret
Het was op een zondagmiddag. De gebouwen van Osaka waren vierkant, lelijk en geel van de zon, dat kon ik vanaf de negende goed zien. Ik vond ze op een gekke manier mooi en voelde me best. Zo stond ik daar zelfs wat te lachen. Ik was naar die plek bij het raam komen lopen door een kantoortuin die ik leeg had verwacht, maar die gonsde van de mensen alsof het maandag was en niet zondag. Die gekke Japanners ook. Pas toen zag ik mezelf in de ruit, met mijn witte overhemd, mijn das en het kopieerapparaat waar ik achter stond. Zondagmiddag, en mijn lach werd er alleen maar breder van. Japan is een wilde stroom, ik ben er ingesprongen en nu zwem ik gretig mee – zo voelde dat. Ik maakte van blijdschap een extra kopietje.