woensdag 24 maart 2010

Zonnetje

Het geluid van zijn Honda Super Cub draaide eerst de straat in, daarna volgde de oude man zelf. Zijn brommer had een windscherm voorop, de lak was vaal en de motor liep als een zonnetje. De oude man stuurde het ding naar de muur die langs de straat liep en hij kneep in de remmen. De glazen van zijn bril waren groot en vierkant en net zo bekrast als het scherm op de Cub. Zo bleef de oude man daar staan, zijn handen rond de handvatten en de motor soepel snorrend. Er stond een grimas op zijn gezicht. Misschien was het een glimlach, misschien kneep hij al zijn hele leven tegen de Japanse zon. Wie zal het zeggen? De oude man bewoog één hand naar het contactsleuteltje. Hij draaide eraan en ineens was het stil in de schaduw van de muur. De oude man tilde zijn handen naar de knopen van zijn jas. Eén voor één maakte hij ze los. Hij schoof een hand naar binnen en de ogen van de oude man knepen nog verder samen achter de glazen met de krassen. Toen tilde hij een sigarettenpakje uit de jas. Hij schudde ermee en peuterde er een sigaret uit. Het was een lange sigaret en de oude man bracht het ding naar zijn lippen en stak het ertussen. Zijn ogen bleven maar knijpen tegen de zon. Of misschien was het toch een glimlach.

donderdag 18 maart 2010

Stokjes

Kan je afvallen door naar bewegende mensen te kijken? Dan zijn de commercials voor de chocoladestokjes van het Japanse Pocky een gouden greep. Samen met de stokjes zelf vormen ze in dat geval een vicieuze cirkel. De commercials wekken de eetlust op, de chocoladestokjes stillen de honger en de commercials, dertig seconden vol dansende mensen, toveren de chocoladepondjes – ting! – weer weg. Alles wat je hoeft te doen, is volgevreten onderuitzakken en kijken. Het zou verklaren waarom veel Japanners zo slank zijn. Televisiekijkend Japan ziet de filmpjes namelijk graag. Volgens peilingen behoren de commercials van Pocky tot de populairste van Japan. En mochten de spotjes toch geen gunstig effect op het lichaamsgewicht hebben, dan laten ze de kijker in elk geval in achtbaanvaart langs typisch Japanse scènes razen. Van zakenmannen en politici via visboeren en computernerds naar schoolmeiden en taxichauffeurs – Ebibodi Pocky! (‘Iedereen aan de Pocky!’).

NU IN HET JAPANSE RECLAMEBLOK: EBIBODI POCKY!

woensdag 3 maart 2010

Poppetjes

Vanochtend dacht ik aan ‘Dolls’, de film van Takeshi Kitano. Ik zat op mijn hurken aan de Mitarashi-beek, die langs de binnenplaats van het Shimogamo-heiligdom in Kyoto stroomt. Izumi zat naast me, ook al gehurkt. Samen legden we een mandje van stro op de rimpels van de beek. In het mandje lagen twee poppetjes – het ene was een mannetje en het andere een vrouwtje. Ze lagen naast elkaar en hun ogen lachten. De beek nam het mandje van ons over en liet het langzaam rondjes draaien, steeds verder van ons vandaan. We keken het mandje na en ik dacht aan ‘Dolls’. Ik herinnerde me de scène met de twee geliefden, verbonden door een rood koord en sjokkend door een tunnel van kersenbloesems. Izumi en ik stonden op. We keken nog een keer naar de poppetjes in hun mandje, arm in arm en wiegend in de zon. Nagashi-bina, heten de poppetjes hier. ‘Wegwerppoppetjes’. Leg je ze in een rivier, dan schijnen ze ziektes en ander onheil stroomafwaarts met zich mee te nemen. Wie zal het zeggen. We keerden ons om en slenterden weg van de beek.

MEER DAN DUIZEND WOORDEN: KYOTO, VANOCHTEND