zondag 22 februari 2009

Drie regels

Ruik ‘s wat lekker –
bloeit daar zomaar een prunus
bij de tempelpoort!

Twee mannen

Diep onder Kyoto kruist de metro van noord naar zuid de trein van west naar oost. Op het kruispunt is een ondergronds station gebouwd en daar, naast een roltrap die nog verder de aarde in glijdt, is het zaterdagloket van de gemeente.

Bij het loket staat een tafeltje met een stapel formulieren en twee pennen. We plukken een formulier van de stapel, vullen het in en brengen het naar het loket.

Er zitten twee mannen achter het loket – de ene bij een schuifraampje, de andere bij een computer met een printer. De mannen dragen een stropdas en een bril en er hangen tl-buizen boven hun hoofd.

Het schuifraampje gaat open.

De man bij het schuifraampje bekijkt het formulier. Hij knikt en geeft het aan de man bij de computer. Die bekijkt het formulier ook nog eens, tikt iets, laat zijn wijsvinger heel even boven het toetsenbord zweven en slaat dan – tok! – op ‘Enter’. Er rolt een papiertje uit de printer. De computerman plukt het van de machine en geeft het aan de loketman.

‘350 yen alstublieft’, zegt de loketman. Hij heeft het nog niet gezegd of, verdraaid, hetzelfde getal verschijnt op het schermpje van de kassa. We betalen gepast en de man geeft ons het papiertje. ‘Bedankt’, zegt hij. ‘Bedankt’, zeggen wij terug.

Het schuifraampje gaat weer dicht.

We kijken nog een keer om, naar de man bij het schuifraampje en de man bij de computer met de printer. Ze buigen. Dan wandelen we het stationsgebouw weer in, ver beneden de stad.

zondag 15 februari 2009

Dondertje

Zó merkte hij dat hij te lang in dit land woonde: het drong nu pas tot hem door dat er op die poster in de supermarkt een boomstronk stond met een gezicht dat lachte. En het verbaasde hem niet eens. Ook keek hij er niet van op dat de boomstronk een naam had, Mok-kun. Dat betekende zoveel als ‘kereltje Mok’, maar het was ook een woordspeling. Of een karakterspeling eigenlijk – mok kwam van mokuyoubi, wat ‘donderdag’ betekende, en het Japanse karakter voor ‘donderdag’ kon ook gelezen worden als ‘boom’. Vandaar de boomstronk. Hij werd niet verdrietig toen de boomstronk tegen hem begon te praten. ‘Welkom,’ zei het bruine ding met een piepstemmetje, ‘ik ben je donderdagvriendje, Mok-kun! Alle artikelen met mij erbij zijn extra voordelig!’ Ook bleef hij kalm toen de boomstronk bij het afrekenen tegen hem bleef ratelen. ‘Kom me opzoeken, hè!’ Wel leek het hem thuis, bij de koffie, beter de supermarkt voortaan op donderdag te vermijden.

2 ELKE DONDERDAG IN DE SUPERMARKT: MOK-KUN (MÉT STEM!).