Regenseizoen (2)
Op een van die dagen had het de hele ochtend niet geregend en liep ik van de supermarkt naar huis. Het was bewolkt en de hortensia’s stonden in bloei. Het blauw van hun bloemen knalde van het water. Ik wandelde onze straat in en zag spatten op het asfalt. Er viel een druppel op mijn neus. Daarna viel er een op mijn schouder en toen was er geen houden meer aan. De regen was vol van geur en kwam kaarsrecht naar beneden.
‘Hier, neem deze paraplu!’
Ik keek naar links. De slijter hield een paraplu in de lucht.
‘Het is goed’, zei ik. Het was nog maar honderdvijftig meter.
Wel kreeg ik meteen zin in de sake die ik laatst bij hem had gekocht. Maar het was pas half twaalf, dus in plaats daarvan zette ik een kop koffie. Ik dronk hem op Japan, en op de slijter in het bijzonder.
‘Hier, neem deze paraplu!’
Ik keek naar links. De slijter hield een paraplu in de lucht.
‘Het is goed’, zei ik. Het was nog maar honderdvijftig meter.
Wel kreeg ik meteen zin in de sake die ik laatst bij hem had gekocht. Maar het was pas half twaalf, dus in plaats daarvan zette ik een kop koffie. Ik dronk hem op Japan, en op de slijter in het bijzonder.