Bergen geluk
Het is dat ik op een stoel in café Koba zit, om de hoek van waar wij wonen. Maar anders had ik een vreugdedans gemaakt. Het is de schuld van de bergen – elke dag anders en altijd adembenemend. Neem nu vanmiddag. Achter ze is de lucht lichtgeel en wolkeloos. Maar aan deze kant glimmen de dakpannen, zie ik paraplu’s en ruitenwissers. Boven ons hangen zware, grijze wolken en alles is nat van de regen en klam van de hitte. De bergen vullen het raam van het café van links naar rechts en op sommige plekken, vlak onder de toppen, hangen kleine, spierwitte wolken. Roerloos, lijkt het. Maar elke keer als ik wat heb zitten lezen in mijn krant en weer opkijk, zijn de plukken een eind opgeschoven of hebben ze een andere vorm gekregen. Het is zo’n mooi schouwspel, dat ik bijna uit elkaar klap van geluk.